Als gij in uw huis zit - pagina 94
wij
maar
van Christelijke religie en Gereformeerde algemeene volksbesef drong die edeler naam niet
in onze kringen
nog vaak
religie;
in het
door.
groote massa weet van niets anders noch van iets hoogers, dan te dienen; iets wat ze dan gemeenlijk nog verlaagt tot een doen van zijn plicht, om zoo alle religie in dusgenaamde deugdshetrachting te doen verzinken. En toch, hoe uitnemend ook plichtsbetrachting en deugdsoefening zijn mogen, bijaldien ze de rijpe vruchten zijn, die aan de plantedes
De
om God
gdoofs geplukt worden, op zich zelven, los van die plant, kunnen ze nooit het gemis der echte religie vergoeden. Zeker, het is uw plicht, dat ge het gebod doet, maar op beding, dat ge Hem, die u dat gebod geeft, eert. Elke vader onder u, die drie, vier, o, zoo gehoorzame kinderen had, die nooit misgingen of nooit miszaakten, maar die hem nimmer aanhingen, nooit eerden, noch hem ooit hun kinderlijke liefde betoonden, zou immers dien ander benijden, wiens kinderen nu ja wel niet zoo exemplair zoet en braaf waren, maar die met hun vader dweepten en hem op 't hart droegen en aan hem verkleefd waren met hun beste liefde.
gaat wel niet die tegenstelling, maar wel die regel ook bij Heere onzen God door. Heel brave menschen, maar die niet talen naar Gods verborgen omgang, zijn Hem een aanstoot en een beleediging zijner liefde. En daarom roept en klaagt de Heere zoo roerend schoon bij Maleachi: -Ben Ik een Vader, waar is dan mijn eere?'"'
En nu
<3en
Wat nu
die eere
van God
is,
komt
uit,
zoo ge op twee dingen
let,
ten eerste op het eerbiedig huldebetoon, en ten Siïidere op de verkleejdheid der ziele. „Lof betaamt den oprechte", zegt de Schrift. Tot loven wekt ze mensch en engel op. „Looft den Heere, geeft Hem de eere zijns
de roepstem die door heel het heilig Testament gaat. En grooter te maken is het volzalig accoord, dat aan menschentong en engelenslem ontlokt wordt. Want "wel komt de overgeestelijke mensch, in zijn ongezonde mystiek hiertegen op, en vraagt u, of het dan voor God niet alleen op de roerselen van het hart aankomt, en wat voor God den Heere nu die uitwendige lof en die prijs met luider stemme beteekent; maar zijn standpunt is valsch en druischt in tegen de scheppingsordinantie die
Naams !" is Gods naam
al
ons ziel en lichaam schiep. NatuurUjk, lof op de lippen zonder prijs in het hart is 's menschen psalm tot den zang van den Iceuwrik verlagen. In den lof der lippen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's