Als gij in uw huis zit - pagina 85
73 eere
in
van
is,
als eisch
Hem
dat ge
u,
Hem
wordt
gesteld, zoo eischt
loven, dat ge
Hem
ook de Heere
belijden, dat ge
Hem
uw God prijzen,
Hem
aanbidden zult. Het is een onvrome intimiteit, die u niet voegt, zoo ge waant, dat uw liefde voor uw God u ontslaat van de eerbiedenisse. Lees het maar in de Openbaring, hoe zelfs in den hemel der hemelen, waar de hefde volmaakt is, het offer op het altaar des Heiligen ondat ge
danken, dat ge
veranderlijk uit liefde en lof
Maar
hierin hebt ge gelijk
uw
eere van
Vader
gemengd
:
die in de
in die
is.
uitwendige eerbiedenisse gaat de
hemelen
is,
niet op.
Vader, zoo vraagt de Almachtige, waa?' is dan mijn eere? In de eere uwen God geboden, moet dus ook het kinder-element tot zijn recht komen, door het huldebetoon, dat op zichzelf koud blijft, te verwarmen en te doorgloeien met de » zielsver klee/dheid der kin-
Ben Ik
een
derlijke liefde
y
Gods een middelpunt vliedende en een middelpunt zoekende kracht werkzaam. Een besef van diep ontzag en hulde, dat u zou doen uitroepen: „Heere, ga weg van mij, want ik ben een zondig mensch." Een beven voor zijn woord en een sidderen voor zijn heilige majesteit. Maar ook een diepgaand besef van aanhankelijke verkleefdheid. Een trekken van het hart naar den Eeuwige. Een niet kunnen rusten eer dorsten naar uw God: zijn heilige gemeenschap gevonden is. Een gelijk het hert dorst naar de waterstroomen. Een uitgaan met heel Er
uw
is
ziel
En
ook
naar
dit
nu
in deze eere
zijn is
verborgen omgang.
het tweede stuk van de eere die
uw God
als Vader,
en omdat Hij Vader is, toekomt. De eisch van het Vaderhart, dat welbehagen heeft en neemt aan de liefde van zijn kind, en waar het allen saam geldt aan de uitvloeiende liefde van zijn volk. Een liefde waarin we altoos te kort schieten die op aarde steeds een klein beginsel van wat het zijn moet blijven zal en die om haar ongenoegzaamheid de geestelijk dieper ingeleiden altoos weer beschaamt. En waar nu die twee, dat huldebetoon der eerbiedenisse in lofzang en aanbidding, en die zielsverkleefdheid der liefde, op elkaar inwerken, daar, maar ook daar alleen, is lof en liefde ten offer gemengd, en ontvangt onze Vader die in de hemelen is, hoe gebrekkig dan ook, iets althans van zijn eere. ;
;
Maar stuk
bij,
stukken komt nu nog een derde, afbeeldend^ dat even beslist de eere van God als Vader raakt.
bij
deze
twee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's