Als gij in uw huis zit - pagina 113
XXI.
fiOE H IJ WILDE DAT
HET KINDEKE GENAAMD ZOU WORDEN. (naamgeven.)
En hij
zij
wenkten
zijnen vader,
hoe
hij
Luk.
Het
naam ding
wilde, dat
genaamd zou worden. 1
:
62.
dat geboren wordt, is lang niet het eenige, dat een Eer omgekeerd hebben we zekere behoefte, om alle voorwerp, dat we onderscheidenlijk willen aanduiden,
kindeke, krijgt.
en
alle
met een eigen naam God de Heere zelf
te
noemen.
ons in het noemen van een naam ook voor onbezielde dingen voorgegaan. „En God, zoo lezen we in het majestueiise document der schepping, en God noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht.'''' En in gelijken zin noemJe God de Heere den naam van alle stuk en alle element der wereld, van het uitspansel, van het droge en van de zeeën. En toen de mensch, naar den beelde Gods geschapen, op deze aarde was opgetreden, was zijn eerste gedachte bij het zien van Eva, hoe hij ook haar heeten zou (Gen 2 23) en ook de dieren des velds bracht God tot Adam, om te zien hoe hij ze noemen zm^ (Gen. 2 19). Alle ding om ons heen met een naam te noemen, is ons dan ook een tweede natuur, is ons een behoefte van onzen geest geworden. Alle land draagt een naam, en alle gewest en streek en stad en dorp, en in stad en dorp elke straat en heg en steeg. Thans nummert men de huizen, maar oudtijds had ook elk huis, evenals nu nog elke hofstede, een eigen naam, en in onze groote handelssteden is het met onze pakhuizen zoo nog. is
:
;
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's