Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 102

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 102

3 minuten leestijd

90

En

Israël.

sterker nog, dat het als belofte voor elk uitverkoren kind

van God vaststaat, dat hij eens „een witten keursteen ontvangt, en op dien keursteen een nieuwen naam, dien God hem geven zal, en dien niemand kent dan God en hij zelf." Eigenlijk moest dus elk kind dat geboren wordt een eigen naam hebben, een naam, dien niemand anders droeg en elk uitverkorene ter zaligheid moest voor en in den Doop een naam ontvangen, die uitdrukte, wat hij eens eeuwig in het koninkrijk der hemelen zal zijn, en wat de eigenaardige en bepaalde roeping is, die tot in de eeuwig;

heid voor

hem

is

weggelegd.

Van de starren zegt Jesaia de profeet, dat God ze alle bij name roept vanwege de grootheid zijner kracht en omdat Hij sterk is in vermogen. Maar die namen, die wezenlijke, eigenlijke, echte namen der starren zijn ons onbekend die kent God alleen en wij behelpen ons met werktuiglijke namen en spreken van Mars en Mercurius, van ;

;

Jupiter en Saturnus.

En zoo nu staat de zaak ook met onze kinderen, indien ze ten leven gaan. Hun wezenlijke naam is ons niet aangezegd. Dien weet God alleen, en die zal hun zeker eerst in de eeuwigheid ontdekt worden. Konden we hun wezen doorzien, zoo zouden we ook hun eigenlijken maar nu we dit niet kennen, nu behelpen we ons onze kinderen met gebrekkige hulpnamen, en geven hun namen uit de Schrift of namen uit onze familie, zoo niet namen, waarin, alsof het hondekens of paarden waren, onze gril speelt. Men weet hoe in het laatst der vorige eeuw vooral die spottende zucht om grillige namen te kiezen, sterk doordrong. Denk slechts aan den zeer gewonen naam van Egalité, d. w. z. Gelijkheid, waarmee toen duizenden en tienduizenden in Frankrijk, en ook wel hier te

naam kennen ook

;

bij

lande,

genoemd

zijn.

Ook als God ons een kindeke schonk, en we aan de naamgeving toekomen, hebben we dus allereerst onze onmacht te beseffen. We zien dat kindeke, dat pasgeboren wicht, in de wieg, of op het bed in moeders armen voor ons hggen maar het is en blijft ons een volkomen mysterie. We verstaan dat kindeke niet. Het is ons een gesloten boek. We kunnen nog niets in dat kindeke lezen noch van zijn aanleg noch van zijn karakter. Ook tegenover zulk een pasgeboren wicht is onze onmacht zoo volkomen. En toch moet zulk een wicht een naam ontvangen. Het moet genoemd worden in zijn Doop, het moet een naam dragen, zult ge het aangeven bij de Overheid. Zonder naam is geen kindeke denkbaar. ;

-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 102

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's