Als gij in uw huis zit - pagina 146
134
Zoo zondigt men van beide kanten, en bet kwaad dat aldus in onze gezinnen, en uit onze gezinnen in de maatschappij voortsluipt, wordt steeds onrustwekkender.
De Spreukendichter
roemt, dat „wie een goede huisvrouw" gevonden een welgevallen van den Heere trekt" maar ook van de huisvrouw zou men kunnen zeggen, dat wie een trouwe, goede dienstmaagd heeft gevonden, haar God voor de betooning van zijn welgevallen beeft te danken. Een trouwe dienstmaagd is vooral voor een Christelijk gezin zoo goud waard, en wie een jongedochter tot een goede dienstmaagd weet op te leiden, bereidt een zegen aan het huis waar ze komt. En zeker klimt de dank voor bet ontvangen uit Gods hand van een trouwe dienstbode, vooral uit menig Christelijk gezin op. Onze geloovige dienstmeisjes zijn zelfs dermate verkieslijk boven de dochters uit een verwilderd gezin, dat de lieden der wereld, die het geloof reeds lang aan een kant hebben gezet, niet zelden in hun keuken op het behoud van het geloof gesteld zijn. Er is nog een zegen, dien ge niet zult verderven. Maar toch snijdt dit de vraag niet af, of onze Christelijke huismoeders en onze Christen dienstmaagden in den regel wel op dien voet saamverkeeren, dat de Naam des Heeren er door geprezen wordt, en er een kracht ter behoudenis van goede verstandhouding tusschen wie rijker en wie armer is, van uitgaat. Onze roeping staat in dat opzicht zoo hoog. Er kan zooveel invloed ten goede van onze gezinnen uitgaan, maar ook, juist om den Naam des Heeren dien we belijden, zooveel kwaad door wanverhouding heeft,
gesticht
;
worden.
Ons
bindt een band saam, dien de lieden der wereld niet kennen. Niet alleen als menschen staan we onder menschelijke ordinantiën, maar "ook als één in Christus, onzen Heiland, onder de Goddelijke ordinantie eener in het bloed van het heilig Godslam bezegelde liefde. Dienstmaagden, die van dezen heiligen band misbruik maken, om de huisvrouwen het door God bescheiden deel van trouw en eere te
onthouden, zondigen daarom grovelijk. Maar ook zondigt de huismoeder, die aan haar dienstmaagden het door dienzelfden God haar bescheiden deel van liefde en trouwe zorge, en van waardeering van haar diensten onthoudt. Onze vaderen hadden het zoo goed ingesteld. Ze namen hun dienstmaagden als leden van het gezin op. Onze Calvinistische huismoeder verkeerde met haar dienstmaagd op voet van moederlijke vertrouwlijkheid. En toch bezaten ze plichtsbesef genoeg, om ze niet te verwennen, of de ordinantie van het „dienen" haar kracht te doen verliezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's