Als gij in uw huis zit - pagina 67
55
Toen echter vormde
zouden zeggen, een commissie
zich, gelijk wij
van vier kloeke mannen.
Ze heetten Azaria, Berechja,
Jehizkia,
en Amaza.
Dit viertal kwam bijeen. En diep verontwaardigd over
wat plaats greep, voelende dat alzoo Gods met voeten werd getreden, en vastberaden om op het gevaar van hun leven af, zoo boos opzet te verijdelen, besloten ze,
het recht
verder dralen, en geheel op eigen risico, het leger tegemoet en op staanden voet de loslating der gevangenen te eischen. Die daad vereischte onverschrokken moed, want het stond tien tegen één, dat het moedwilhg leger hen met spot en hoongelach ontvangen, en hen of opzij dringen of om hun bemoeizucht den kop voor de voeten zou leggen. Ge weet het, om een menschenleven meer of minder gaf men in
zonder
te trekken,
die
dagen niet
bijster veel.
geen gevaar hen af. Ze trekken met hun vieren de van Samaria uit, ze gaan den heirweg, waar het leger langs moet komen, en zóó als ze het leger in het gezicht krijgen, treden ze kloek en dapper op. Ze smeeken niet, maar eischen, en zeggen kort en goed: „Gij zult deze gevangenen hier niet inbrengen. Het zou een schuld tegenover den Heere over ons zijn. Onze schulden zijn reeds zoo vele. Zoudt gijlieden ook dezen gruwel nog tot onze zonden willen toedoen?" En zie, wonderlijk is de uitwerking van dat manmoedig optreden. Heel het leger gaat voor die vier mannen uit den weg. Ze houden halt. Ze staan als verbijsterd. En al de optrekkende bataljons laten op staanden voet niet alleen de tweemaal honderd duizend gevangenen los, maar staan ook hun onmetelijken buit, dien ze geroofd hadden,
Toch
schrikt
poorte
dit viertal mannen af. God heeft hun kloekheid gezegend. En nu slaat de geest van heel het
aan
leger
om.
Het
is
of de generaal
en verdere officieren hebben afgedaan, en in een oogwenk stellen allen zich aan Azaria met zijn drie vrienden ten dienste, en in plaats van Samaria jubelend binnen te trekken, vangt er onder den blooten hemel een heilig werk der broederlijke liefde aan. Lees slechts wat er zoo schoon en teeder in de Schrift van vermeld staat: Zij namen de gevangenen bij de hand, en kleedden al hun naakten van den roof. Zij kleedden hen, en schoeiden hen, en spijsden hen, en drenkten hen. Zelfs als tot overmaat van liefde, zalfden ze hen. En toen zett'en ze hen op ezelen, voor zooverre zij te zwak waren om te loopen, en voerden alzoo deze tweemaal honderd duizend mannen, vrouwen en kinderen, als in den jubel der liefde, naar Jericho, de Palmstad, bij hun broederen terug. En eerst toen dat liefdewerk aan de broederen voleind was, toen trok het overwinnend heir, met Azaria
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's