Als gij in uw huis zit - pagina 90
:
78
Maar wat hier van die mannen en die vrouwen in Tachpanhes bericht wordt, gold heel iets anders. Wat hier plaats greep was een stillekens insluipen van een gansch zondige levenswijs onder de vrouwen, maar zoo dat haar mannen in het geheim waren, en al hielden ze zich er kwansuis buiten, er wel terdege van afwisten. Hier brak een kwaad uit, dat de man, zoodra hij er van wist, onverwijld en onverbiddelijk had moeten stuiten, en dat hij nochtans
gaan en geworden liet, ongenoegen te hebben, en vrouw.
ja,
niet
waar
hij
geld voor gaf,
op voet van oorlog
te
om
thuis geen
komen met
zijn
Zoo heerschte hier de vrouw, en de man, die van Godswege verantwoordelijk was, deed alsof hij van den prins geen kwaad wist, en liet zich, in strijd met Gods wet, de zondige wet van het Heidensche leven stellen door zijn vrouw.
En
dit
nu
is
een omkeeren van de orde die God voor het gezin
besteld heeft.
De man
is het hoofd en moet het hoofd blijven. de aan God verantwoordelijke persoon voor den geest waarin zijn gezin binnenshuis leeft en zich openbaart naar buiten. Hij heeft niet te heerschen in dien zin, alsof hij zich zelf in zijn huis een koninkrijkje had te scheppen, maar wel zijn gezin alzoo te regeeren, dat alle verzet tegen het Koningschap van God in zijn huis gebroken worde. Een gezin komt er niet vanzelf, God schept het en verwekt er man en vrouw en kinderen voor. En daarom heeft Hij over dat gezin zeggenschap, geeft Hij aan dat gezin zijn ordinantiën. En nu is in Gods naam en van Gods wege de man en vader in dat gezin als wachter besteld, om toe te zien, dat die ordinantiën Gods tot haar recht komen. In die aanstelling wortelt zijn gezag daarin alleen en het is uit dien hoofde, dat hij alle verkrachting van zijn gezag moet tegengaan, en ook dat gezag niet ongebruikt mag laten, maar het voor dat ééne groote doel m,oet aanwenden. Elk ander regeeren van zijn gezin mist hoogere wijding. Alleen zoo grijpt het de conscientie aan. En de man die dit niet doet, komt zelf in de schuld voor God, wijl hij spot met zijn verantwoordelijkheid aan den Kenner der harten. Of er naar zijn woord geluisterd wordt, is een tweede vraag. Dat deden ze naar Jeremia's woord ook niet. En de brutaliteit van vrouw en kroost kan soms zoover gaan, dat ze evenals die vrouwen tot Jeremia, zoo ook tot den man en vader, na zulk een vermaan zeggen „We zullen naar u niet hooren, maar toch onzen zin doen."
Hij
is
;
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's