Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 159

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 159

2 minuten leestijd

147

Wonden heeft toch ook hij beloopen. De litteekens van droeg ook de apostel des Heeren. Maar wel beteekent het, dat hij den strijd niet opgaf, dat hij in den strijd gaandeweg vorderde, en dat het hem door genade gegeven werd, dat zijn lichaam niet gedurig met hem er van doorging, maar dat hij zijn lichaam beheerschte, gelijk een ruiter zijn onwillig paard, dat dan wel tegenstribbelt en tegenworslelt, en wel eens een valschen ruk doet, soms zelfs hem van zijn rug werpt, maar zonder dat de overwon. zijn

strijd

ruiter het opgeeft.

In het eind en,

omdat

hij

het toch altoos het kind van God, dat meester meester blijft, triumfeert.

is

XXXV.

blijft,

DE GANGEN VAN HAAR HUIS. (VEEZORGEN VAN HET HUIS.)

Zij beschouwt de gangen van haar huis het brood der luiheid eet zij niet. Spreuk. 31 27.

;

en

:

Van

huisvrouw roemt de Spreukendichter, dat ze niet „het der luiheid eet, want dat ze steeds het oog heeft op de gangen van haar huis." Nu is er een tijd geweest, dat menige huismoeder, vooral in de hoofdstad, hierbij dacht aan de marmeren gangen van boven- en benedenhuis, en als men dan wist, dat dit smetteloos plaveisel onberispelijk glom, en „mevrouw" had het „nagekeken", dan gaf de lezing van Spreuken 31:27 de stille zelfvoldoening: „Zulk een vrouw die de gangen van haar huis beschouwt, ben ook ik." Dit kwam voor, en veel voor zelfs, in die dagen van versteende vroomheid, toen zoo menige vrouw des huizes in toorn ontstak bij het minste vlekje op het geschuurde marmer, maar om de gedoopte dienstbode, die dat marmer schuren moest, zich niet bekommerde. Het waren die booze dagen, toen de Kantteekeningen op onzen Statenbijbel ophielden gelezen te worden, en men ganschelijk deze schoone uitlegging onzer vaderen vergeten was: „Onder de gangen van het huis is hier te verstaan, geheel de gang van het huiselijk leven, zoodat de vrouw opzicht houdt over haar kinderen, over haar dienstvolk, een brood

goede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 159

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's