Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 44
38 dat waar zelfs in meer autocratisch bestuurde landen aan de nijverheid zekere zelfstandige positie was geschonken, voor Nederland, waar het Staatsgezag,' minder ver doordringt, en aan zelfbestuur veel waarde wordt gehecht, een ontwerp wordt voorgedragen, waardoor alle actie wordt gelegd in de handen van staatsambtenaren, en eene regeling wordt beoogd, welke in geen enkel opzicht de mannen van het bedrijf en van den arbeid tracht dienstbaar te maken aan de toepassing van den beoogden maatregel". Met nadruk „werd dan ook de wensch uitgesproken" dat aan , belanghebbenden meer invloed zou worden toegekend, en bepaaldelijk dat ook hier te lande in plaats van het centraliseereude stelsel een stelsel mocht gevolgd worden, dat leidde tot het doen opkomen van de noodige organisatiën uit de bedrijven zelve". Nader werd dit aangedrongen door er op te wijzen: l". dat men zich aldus verzekerde van de medewerking van deskundigen 2o. dat de samenwerking tusschen werkgevers en werklieden er door zou verlevendigd worden, en oo. dat men eerst alzoo het voorkomen van ongevallen door het uitlokken der beste veiligheidsmaatregelen in de hand werkte. In verband hiermede werd op bladz. 11 (hij voegt er bij niet door hem) het denkbeeld geopperd, om, zoo Bedrijfsvereenigingen hier te lande niet obligatoir waren in te voeren, althans eene bepaling in de wet op te nemen, „dat zulke vereenigingen op aanvrage krachtens Koninklijk besluit konden worden opgericht". En eindelijk sprak de Commissie van Rapporteurs op bladz. 23, na de opmerking „dat niets belet dat de wet het eene stelsel als regel neme, maar daarnaast afwijkingen, mits naar duidelijk omschreven regelen, toelate", eenstemmig als haar oordeel uit, dat „alleen op die wijze eene regeling tot stand kan komen, die zonder geweld aan te doen aan de zeer onderscheidene vormen waarin het bedryf optreedt, de wet zich aan het leven laat aanpassen". Houdt men nu in het oog, dat toen het Voorloopig Verslag verscheen, nog geen enkele stem uit den boezem der nijverheid tegen het ontwerp was opgegaan, dan blijkt hieruit hoe onjuist het is, zoo men een amendement, dat een in het Voorloopig Verslag aangegeven denkbeeld poogt te belichamen, hoofdzakelijk, ja schier uitsluitend, opvat als poging om enkele groot-industrieelen ter wille te zijn. Het beginsel, waarvoor het amendement opkomt, is de zelfstandigheid en de spontaneïteit van de levensuitingen der maatschappij tegenover de te ver gaande indringing van het Staatsgezag te verdedigen. Inmenging van het Staatsgezag is hier, gelijk op het geheele terrein der sociale verzekering, althans aanvankelijk, ook zijns inziens, volstrekt onvermijdelijk; maar de strekking dier inmenging moet zijn, om de zelfwerkzaamheid der organen van het maatschappelijk leven op te wekken, niet om die te vernietigen. In een hooger ontwikkeld Staatsieven moeten de functiën van de onderscheidene organen van het volksgeheel ongetwijfeld door rechtsregeling in behoorlijk onderling verband worden gehouden, maar de eigen functie van die organen niag niet vernietigd worden, zal het geheele volkslichaam geen schade lijden. In de handhaving van dit beginsel, in onzen Waterstaat zoo rijk ontwikkeld, school voor een deel het geheim van onze nationale veerkracht. In een land als Frankrijk, waar dit beginsel in centralisatie onderging, wordt de inzinking van de natuurlijke spontaneïteit van het volksleven steeds ernstiger betreurd. ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's