Als gij in uw huis zit - pagina 38
VI.
Den WINTER, DIEN HEBT (w I N T E
GIJ
GEFORMEERD,
R.)
Gij hebt alle de palen der aarde gesteld; zomer en winter, die hebt Gij geformeerd.
Ps. 74
:
17.
Van Nova Zembla roept Tollens ons in zijn soms al te hoogdravenden zang toe: „Hier heeft de Wintervorst zijn zetel opgeslagen". Toch eigenlijk ongodvruchtige en in den grond Heidensche taal, alsof er een Winterkoning ware, die ijs en sneeuw en rijm aanbracht. Een taal zoo sterk contrasteerende met wat onder Israël een David en een Asaf zong: Onze God geeft sneeuw als wol, Hij strooit zijn rijm uit als asch. Hij werpt zijn ijs heen als stukken wie zou beslaan voor zijne koude?" Dat is de taal der vroomheid. Ook de winter niets dan een wondere schepping van de almachtigheid des Heeren. Ook in de koude, die de gedaante des aardrijks verandert, onze God groot gemaakt. Ook den winter, Of, korter nog, met Asaf in Psalm 74 beleden: ;
dien hebt
Gij geformeerd.
Alzoo die winter is er niet toevallig; wat die winter met zich brengt is geen spel of gril. Er zit ook in dien winter qqw formatie. Er spreekt zich ééne groote gedachte in uit, die haar boeien tijdelijk om heel ons leven slaat, en tot in het kleinste doordringt. Diezelfde God, die het paradijs zonder seizoenen schiep, heeft straks de ééne paradijsweelde in vier seizoenen uiteengebroken, en in elk dier
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's