Als gij in uw huis zit - pagina 260
;
248
Of
eigenwijsheid,
Gods
omdat men
niet
zwichten wil voor de Wijsheid
of w^el eigenwijsheid, eigenzinnigheid, eigendunkelijkheid,
;
omdat
men
het altoos beter waant te welen dan de wijsheid der menschen. In de keten der zes ivee u's ligt dit nu zoo ingeschakeld, dat eerst uit de spaarzame vlijt de zonde van het Geld komt uit de zonde van het Geld in de tweede generatie de zucht naar Weelde ; dat de Weelde straks in Lichtzinnigheid en Brooddronkenheid uitslaat; ;
dat daarna het lichtzinnig geslacht de zonde gaat goedpraten en heredeneeren, om b. v. de vrije liefde boven het huwelijk te verheerlijken
voorts uit deze eigengemaakte zedeleer, die dan begint heel zulk een kring te heerschen, ten slotte de neiging opkomt, om ook tegen de zedeleer van dien kring weer in te gaan, en zoo een ieder een wereldbeschouwing te laten hebben op zijn
en
dat
met
dan
in
hand.
eigen
En zoo
is het feitelijk het verloop der zonde. Eerst heerscht Gods Wet, en men zondigt er wel tegen, maar schikt er zich nog onder. Dan weigert men langer schaamrood te worden, en stelt bij gemeen accoord der lichtzinnigen een goddelooze moraal tegen de God vereerende moraal over. En heeft men dien stap eenmaal gedaan, dan komt de Babylonische spraakverwarring. Dan wnl elke luchthart het op zijn wijs weer beter weten. Als men toch voor God niet meer buigt, en dus de teugels van het gezag op
waarom zou men dan voor
den nek neemt, den weg gaan ?
zijn
medemensch
uit
andere
wijzer, ziet hij verder, en is zijn inzicht mij dat ? Ik ben zoo goed als hij. Ik heb ook mijn haan die kraaien kan. En vierkant weg stel ik zoo mijn inzicht, of liever mijn gril en inval, tegen de opinie van wien ook over.
Misschien
beter
;
is
die
maar wat
let
Dat metterdaad in het menschelijk hart de kiem ook van deze zonde schuilt, merkt ge niet zelden reeds op de kinderkamer. „Het is een lief kind," zoo klaagt de moeder dan in vertrouwelijken kring, „maar het is jammer dat de jongen zoo eigenzinnig is." En zoo zijn er onder de kinderen. Kinderen die altoos tegenspreken. Die het altijd beter weten. Die al wat hun gezegd wordt, er iets tegen hebben in te brengen. bij Kinderen met een eigenwijsheid, die al spoedig in eigenzinnigheid overslaat, en die het ten leste aan moeder en vader zoo ongelooflijk lastig maken, dat er geen huis mee is te houden. Al schakelt zich deze zonde dan ook rechtstreeks bij de beredeneerde slechtheid in, toch ziet men meest voorbij, hoe op dit pas de hoovaardij en de hoogmoed zich in het anders zinnelijk verloop der zonde inmengt. Geldzucht, weelde, Hchtzinnigheid zijn zinlijk van aard, en het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's