Als gij in uw huis zit - pagina 251
239
Maar
als wie stierf, voor ons besef in zijn zonde wegstierf, buiten dan bestaat er voor ons ook geen band tusschen den overledene en onzen God, en kan ook in onze verwachting van een liemel, die geheel in God opgaat, de gedachtenis aan onze dooden niet inwerken. En ware dit toch zoo, dan zou het ons van God aftrekken, wat niet mag. Verrassingen kunnen, en verrassingen zullen er bij ons ontwaken in de eeuwigheid zijn. Ook, helaas, bittere teleurstellingen. Maar dat blijft voor later. Hier op aarde mogen we in onze herinnering niet anders rekenen dan met hetgeen we gelooven kunnen. En dan zijn het immers „degenen die in Jezus ontslapen zijn," die vanzelf invloeien in onze vrome zielsverheffing tot onzen Hoogepriester, en door hem tot onzen God. Niet maar: ik zal sterven, en dan bij God zijn, alsof Christus a/Zee?* ware, en er dus niet met het mystieke Lichaam van Christus viel te rekenen, maar God in Christus, en om hem de volmaakt rechtvaardigen. Seth, Enos, Henoch, Noach, Abraham, Jacob, Petrus en Johannes en Paulus, allen gezaligden en rechtvaardigen, ze zijn ons geen dooden, maar ze leven hem allen, en wij zullen leven met hen. En bij dien kring van gezaligden uit vroeger eeuwen sluiten zich dan onze eigen lieven aan, die van ons gingen, voor zooveel ze in Jezus ontslapen zijn. Een vader of moeder, een broeder of zuster, een kind, soms slechts even gekend, een vriend die ons een vriend des harten was. Heel die breede stoet van pelgrims, die met ons op den weg wandelden, en vóór ons de poorte des hemels binnengingen. Juist in hen vermengt zich dan uw geloof met de persoonlijke liefde van uw hart, om hun heugenis voort te doen leven, en u door hen vertrouwd te maken met den hemel daarboven. Op aarde aan lieven en aan vrienden steeds armer, zooals de wind over de velden blaast en telkens weer een bloem van den stengel deed vallen. Maar in het eeuwige, aan de overzij van het graf steeds rijker, tot ge ten leste u hier niet meer thuis gevoelt, maar thuis daarboven, waar uw God in Christus is, en met en om hem al Gods uitverkorenen, en onder die verkorenen ook de uwen, die ge hier beneden slechts een korte poos mocht bezitten, om ze eeuwig te minnen voor
geloof,
het aangezichte Gods.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's