Als gij in uw huis zit - pagina 142
130
om
het verkeer onder menschen en de menschelijke samenleving in stand te houden. Jehova zelf heeft in de verschijning bij Mamré dezen duren plicht in Abrahams tente geheiligd, en toen Eliphas aan Job een der schrikkelijkste
zonden poogde
verwijten,
waarom Gods wTake
over minst hierin, dat Job allicht den armen, moeden reiziger had afgewezen, om alleen den aanzienlijken man in zijn tente te ontvangen.
hem was gekomen, En
toen
's
te
beschuldigde
Heeren volk zich
in
hij
hem
niet het
Kanaün gevestigd had, kwamen
er
wel
voor tenten van doek en van vellen, huizen van steen en hout, maar de plicht der herbergzaamheid bleef dezelfde. Zelfs nog in de dagen, toen Jezus op aarde omwandelde, gingen zijn twaalf discipelen heel het land door, en namen ze bij hun geheel onbekende personen hun intrek. Ja, zoover gaat onze Heiland, dat hij in zijn aangrijpende rede over het laatste oordeel, het niet herbergzaam zijn zelfs als grond van veroordeeling op den voorgrond plaatst, zeggende: „Ik ben hongerig geweest, en dorstig en een vreemdeling, en gij hebt mij niet geherbergd, mij niet te eten en niet te drinken gegeven." En zoo was het gansch natuurlijk, dat ook de apostelen des Heeren herhaaldelijk dien plicht der herbergzaamheid aan de verlosten des Heeren op het hart bonden. Paulus, toen hij aan die van Rome schreef: „Tracht naar herbergzaamheid", en straks aan de Hebreen: „Vergeet de herbergzaamheid niet". En evenzoo Petrus, toen hij, merkende hoe de herbergzaamheid aan sommigen tot een last begon te worden, zoo met nadruk verordende: „Zijt herbergzaam jegens elkander, zonder murmereeren.'"
Ook van dezen heiligen om 's Beer en wil.
plicht
nu
eischt
Gods Woord, ge u kwijten
zult
gij dit aan een mijner minste broederen gedaan hebt," sprak Heiland, ^^2ooveel heht gij dit aan mij gedaan^ De wereld durft zeggen: „Ongenoode gasten zet men buiten de deur", maar in Gods Woord wordt het u zelfs tot zonde aangerekend, indien ge ja, den vreemdeling dan wel voorthelpt, maar het doet met
„Zooveel
uw
wrevel
in
uw
hart, al
murmereerende.
Niet alleen uw vrienden en bekenden, die u wedervergelding kunnen doen, maar de geringen en behoeftigen wil Jezus dat ge aan uw tafel zult noodigen. Gastvrijheid moet bewezen, niet omdat het gezelschap van den vreemde u genoegen schenkt, noch ook omdat hij u straks op zijn beurt zal ontvangen, maar omdat de mensch, die naar Gods beeld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's