Als gij in uw huis zit - pagina 100
88 Bij
een dier werkt die
liefde uitsluitend
door
instinct, is ze niets
natuuraandrift en vertoont ze zich deswege altoos in denzelfden
dan
vorm
en op dezelfde wijs. Maar zoo is het onder menschen niet. Bij onze moeders is deze liefde voor 't kind een gemengd verschijnsel. Zeker opkomend uit het bloed. Voor geen gering deel als instinct ook haar ingeprent. Maar toch bij de moeder gebonden aan en gesteld onder de controle van haar zedelijk leven. Niet het dier, maar zij, han haar kind aan anderen overgeven of verwaarloozen. En ook, niet het dier, maar zij, kan die liefde hooger opvoeren, veredelen en heiligen. Hier past dus de gave des onderscheids. Ge hebt bij zulk een moeder, voor wat de hefde voor haar kind aangaat, te onderscheiden tusschen twee bestanddeelen, eenerzijds hetgeen God haar in haar moedernatuur inprentte, en anderzijds hetgeen zij met die haar ingeprente natuur deed. Voor wat nu door God haar is ingeprent, komt niet haar, maar Gode alleen de eere toe. Dit is de natuur aan alle moeders, en aan alle moeders ook met de huisdieren en vogels gemeen. Dit heeft op zich zelf niets edels, draagt in het minst geen zedelijk karakter, en is volstrekt geen bewijs van zelfverloochening. Een jonge vrouw, die dusver schier uitsluitend voor zich zelve en voor de ijdelheid leefde, en nu moeder geworden, opeens haar ijdelheid vergeet, geboeid is aan en door haar kind, en maanden lang dat kindeke zoogt, voor dat kindeke leeft, en met dat kindeke speelt en zich vermaakt, moge hierdoor aan zelfverloochening gewend en aan de ijdelheid ontwend worden maar op zich zelf levert ze, door die sterke moederliefde, nog in het minst geen bewijs van zedelijke toewijding. Wat zij doet, doet op haar wijs de klokhen ook. Daarin is dus God groot, niet zij, en wordt alleen Hij verheerlijkt, die zoowel aan de moeder als aan het dier dezen schoonen trek inschiep. Een trek, dien ge dan ook gemeenlijk nog wel zoo sterk ziet uitkomen onder de natuurvolken, als onder de beschaafde volken op het platteland machtiger dan m onze verfijnde steden. ;
Maar wat nu het dier mist, heeft de moeder onder de kinderen der menschen, zij kan krachtens haar zedelijke geaardheid, deze liefde of leiden en heiligen, óf er tegen ingaan en ze verzondigen. Er tegen ingaan en ze verzondigen, óf doordien ze aan de stem der natuur het zwijgen oplegt en haar kind aan een min of baker overgeeft, om zelve haar ijdelen weg te vervolgen, óf wel doordien ze haar liefde voor haar kind in verzotheid op haar kind laat ontaarden, haar kind als speelpop misbruikt, en door haar hartstochtelijke verkleefdheid aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's