Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 76
70
maakt op den
getroffene, aan wie nief de volle rente van 70/o dagloon is toegekend. De beperking rust op de onderstelling dat de getroffene in laatst genoemd geval geheel ongeschikt tot werken is bevonden. Bij die onderstelling scheen van in dienst blijven bg zijn werkgever geen sprake te kunnen zijn. De woorden „of van af" na „op" zijn weggenomen. Den „eersten" Dinsdag voor den „tweeden" in het 2de lid in de plaats te stellen, kan niet. De intrekking van de lastgeving kan eerst Maandagavond bij de Bank inkomen, en dan zou de tijd ontbreken, en nog voor Dinsdagmorgen aan het betrokken postkantoor de order tot gewijzigde uitbetaling der rente te doen toekomen. Door andere redactie is het bezwaar ondervangen. De herziening der rente schijnt in het geval, door het laatste lid ondersteld, gewenscht, omdat het in de periode dat de rente den getroffene door zijn werkgever te gelijk niet zijn loon werd uitbetaald, voor den getroffene onverschillig was, hoeveel hij aan rente en hoeveel hij aan loon ontving. Dit zal licht ten gevolge hebben, dat in die periode van eene herziening op aanvrage geen werk is gemaakt. Maar anders wordt dit, als hij zijne rente weer zelf gaat ontvangen. Dit toch zal in den regel plaats hebben, als hij zijn werkgever verlaat of zijn loon daalde. De uitdrukking „gedeeltelijke rente" was afgeleid uit de uitdrukking „volle rente" in art. 28, eerste en laatste lid, van het ontwerp. Tegenover „volle rente" toch staat van zelf „gedeeltelijke rente". Al kan hij dus niet inzien, dat de gebezigde uitdrukking niet „met de terminologie van het ontwerp is over te brengen", zoo heeft de ondergeteekende toch geen bedenking, om er de uitdrukking, waaraan de Regeering de voorkeur geeft, voor in de
plaats te stellen.
Voor „klimmen van het loon" geeft ondergeteekende thans de voorkeur aan „gelijken tred houden met" overmits het billijk is, dat bij ouden van dagen ook met het dalen van het loon gerekend worde. Hiermede vervalt tevens de stylitische, alleszins te waardeeren, opmerking der Regeering. Het gebruik van het woord „lastgeving", koos ondergeteekende, om vooral bij uitbetaling der rente door den werkgever, het recht van den getroffene op zijne rente, sterk te doen spreken. De rente is zijn recht, de Bank moet ze hem uitbetalen, en mag ze aan niemand anders uitbetalen zonder gijne beschikking. Tegen het woord „verzoek" heeft hij daarom bezwaar. Om echter aan de bedenking van de Regeering te gemoet te komen en niet met het begrip van „overeenkomst" in de lastgeving van art. 1829 van het Burgerlijk Wetboek in conflict te komen, koos hij thans de uitdrukking: zoo de getroffene zijn verlangen kenbaar maakt. Kortweg te schrijven wat de Regeering in overweging geeft: „dat op verzoek van den werkman zijne rente in plaats van aan hem aan zijn werkgever worde uitgekeerd", zou daarentegen in strijd zijn met de bedoeling van den ondergeteekende. Hij wenscht lo. eene meerdere kans aan den getroffene te verzekeren voor het behoud van zijn volle loon, en daartoe deze faciliteit voor den werkgever van de uitbetaling van het volle dagloon op den dag des ongevals, afhankelijk te stellen 2o. den getroffene, zoo hij ten tijde van het ongeval nog tot de jongeren en dus minder betaalden behoorde, eene meerdere kans te bieden op loonsverhooging, en ;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's