Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 20
16
Indien de personen, bedoeld in artikel 25 sub a, , c en d, te zestig percent van des overledenen dagloon zouden ontvangen, dan zal elke rente eene evenredige vermindering ondergaan. Indien van de kleinkinderen, als bedoeld in artikel 25 sub ƒ, meer dan één in leven zijn en elk kleinkind niet zijne volle rente kan ontvangen, zal de rente van elk kleinkind eene evenredige vermindering ondergaan.
zamen meer dan
Artikel 29. verzekerde, die met opzet het ongeval heeft veroorzaakt, en diens nagelaten betrekkingen, zoomede de verzekerde, wien het ongeval ten gevolge van zijne dronkenschap overkomen is, hebben geene aanspraak op eenige schadeloosstelling, in de voorgaande artikelen vermeld. Hij, die tot de nagelaten betrekkingen van den overledene behoorende, opzettelijk of in dronkenschap het ongeval heeft veroorzaakt, dat het overlijden ten gevolge had, heeft geene aanspraak
De
op eene
rente.
Artikel 30.
Het bestuur der Rijksverzekeringsbank is bevoegd zoo dikwijls als het zulks noodig oordeelt, den door een ongeval getroffen verzekerde op te roepen alsmede ter plaatse, door het bestuur te bepalen, te ondervragen of te doen ondervragen en door deskundigen, door het bestuur daartoe aangewezen, te doen onderzoeken. De getroffene, die opgeroepen niet verschijnt of die weigert de door of vanwege het bestuur gestelde vragen te beantwoorden of zich door de door het bestuur aangewezen deskundigen te laten onderzoeken, verliest, tenzij hij voor zijne nalatigheid of weigering een deugdelijken grond kan aanvoeren, zijne aanspraak op eenige schadeloosstelling ingevolge deze wet, te rekenen van den dag waarop hij had moeten verschijnen, de gestelde vragen beantwoorden of zich laten onderzoeken. Indien de getroffene bezwaar heeft tegen de voorschriften, welke de door het bestuur der Bank aangewezen deskundigen in het belang eener goede behandeling of genezing noodzakelijk achten, zal het bestuur der Bank een nieuw onderzoek door andere deskundigen gelasten. De getroffene heeft het recht binnen een door het bestuur te bepalen termijn aan het bestuur den naam van een deskundige op te geven, die alsdan met de overige deskundigen door het bestuur wordt aangewezen. Blijft de getroffene in gebreke den naam van een deskundige op te geven of weigert de door den getroffene gewenschte deskundige aan het onderzoek deel te nemen, dan wijst het bestuur, zoo mogelijk in overleg met den getroffene, een anderen deskundige aan. Verklaren de deskundigen of de meerderheid hunner de bezwaren van de getroffene ongegrond en blijft deze weigeren of in gebreke de voorschriften, waartegen hij bezwaar had, op te volgen, dan gaat voor den getroffene en voor diens nagelaten betrekkingen de aanspraak op eenige schadeloosstelling ingevolge deze wet verloren, te rekenen van den dag van de uitspraak der laatstbedoelde deskundigen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's