Als gij in uw huis zit - pagina 101
:;
89
Adam, om
te zien hoe hij ze noemen zou (Gen. 2 19). ons heen met een naam te noemen, is ons dan ook een tweede natuur, is ons een behoefte van onzen geest geworden. Alle land draagt een naam, en alle gewest en streek en stad en dorp, en in stad en dorp elke straat en heg en steeg. Thans nummert men de huizen, maar oudtijds had ook elk huis, evenals nu nog elke hofstede, een eigen naam, en in onze groote handelssteden is het met onze pakhuizen zoo nog. Onuitputtelijk is metterdaad de zee van namen, waarmee de raensch heel de wereld overdekt heeft. Er is geen rivier en geen stroom noch vhet, geen baai of zeeëngte, geen kaap of berg, geen kust of strand, geen plas of meer, kortom, er is geen stuk of plek van de geheele Met aarde, of de mensch heeft het alles met een naam genoemd. alle soort van plant en dieren. van een naam ook elke soort En zelfs hierbij laten we het niet, maar ook in die soorten van dieren geven we aan ons eigen dier dan nog weer een aparten naam. Er is geen hond, die niet een eigen naam draagt geen paard dat op zijn stal niet met een eigen naam genoemd wordt en zelfs roept wie melken gaat de koe reeds van verre bij haar naam. Bij zeeschepen heeft men dit zelfs zoo ver gedreven, dat men, vóór het afloopen van het schip, die naamgeving op plechtige wijze doet plaats grijpen. Soms zelfs worden bij zulk een naamgeving van een schip gebeden gehouden. En gelukkig niet in onze taal, maar in het Engelsch en Fransch, spreekt men op stuitende wijze zelfs van een schip te doopen.
God
bracht
Alle ding
tot
:
om
;
;
Toch
gevoelt
men
terstond, dat al deze soort
naamgeving nog
niet
anders dan de verre achtergrond is, die achter het noemen van den naam in den hoogsten zin ligt, en dat dit hoogste in alle naamgeving eerst daar bereikt wordt, waar de mensch nederknielt, en de profetie in vervulling gaat, die God door Ethan uitriep: „Hij zal mij noemen Gij
zijt
Dat allen
mijn
is
Vader, mijn
naam
is.
God
en de Rotssteen mijns
heils.^''
Aldus weerkhnkt de naam die boven aanbidding van den Eenige viert alle naamIn de
het hoogste
noemen.
geving haar volstrekten triomf. Maar tusschen die lagere en tusschen die hoogste naamgeving staat nu de naamgeving van het menschenkind in. Genomen uit de aarde, en toch geschapen naar Gods beeld. Vandaar dat die naamgeving onder menschen een stuk historie is en dat God dat de Heilige Schriftuur er zoo telkens op terugkomt ;
zelf
in
zich
herhaaldelijk
nieuwe namen
te
verwaardigd veranderen.
heeft,
om namen
Denk
slechts
van menschen aan Abraham en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's