Als gij in uw huis zit - pagina 114
102 kind eens iets doet, dat vader persoonlijk griefde of moeder in te na kwam. Dan toch zag men vader of moeder huishouding haar veel Ideiner verkeerdheid opstuiven, in toorn over een om zelden niet hun kind heenvallen. en straften op een wijs die alle perk te buiten ging. Natuurlijk wie zoo wispelturig en willekeurig straft, straft niet om Gods wil, niet om Zijn ordinantiën te handhaven, straft zelfs niet om zijn kind te beteren, maar straft om de baas te blijven en uit persoonlijke geprikkeldheid en uit hartstocht. Bij al zulk straffen nu moest de straffer zelf weer gestraft worden, want in de meeste gevallen stak in zijn eigen hartstocht dan nog erger zonde, dan in het kwaad dat hij bij zijn kind te keer ging. Tusschen vrouwen en dienstboden, meesters en knechts ziel men vaak hetzelfde gebeuren. Allerlei laten passeeren, dat stellig berispt en gestraft moest worden; maar dan opeens over een betrekkelijke beuzeUng hooge woorden, omdat men geprikkeld is, en men zijn passie geen meester kan blijven. Deze wijze van straffen nu is niet enkel onoordeelkundig en onmenschzelfde
kundig, recht
dan dan
maar
om van
om
ze
tegen Gods ordinantiën in, want niemand uit zich zelf, bezit nooit iemand en juist deswege mag er nooit anders gestraft
gaat, veel erger,
te straffen heeft
Godswege, Gods wil, en
is
alle straffen uit passie
en in boosheid zonde.
Doch ook op andere manier sluipt allerlei kwaad Zoo bij de vraag, of ge straffen moet in anderer
bij
het straffen in. of straffen
bijzijn,
onder vier oogen. Immers ook bij deze vraag, ergert ge u telkens aan verkeerdheid in de wijze van straffen. De ééne maal omdat publiek bestraft werd w^at ge voelt, dat in de binnenkamer had behooren te zijn afgedaan. En een ander maal omdat in de stilte, zonder dat het iemand merkt, een bestraffing wordt toegediend, die naar recht in aller tegenwoordigheid had behooren te geschieden. Ook hierin nu mengt zich het Woord van God, want de heilige apostel schrijft aan Timotheus „ Bestraf die zondigen in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vreeze mogen hebben.'^ Dit nu is andere taal dan wat ge thans hoort rondfluisteren. Immers in de kringen, waar de geest dezer eeuw den toon aangeeft, is het bijna doorslaande regel geworden, dat alle bestraffing onder vier oogen moet worden afgedaan, en kant men zich steeds beslister :
tegen alle publieke bestraffing. Men zegt u dan, dat ge door in stilte de zaak af te doen, het gevoel van den overtreder spaart, dat ge zijn eergevoel minder krenkt, dat ge hem niet vernedert in anderer oogen, dat ge zijn vertrouwen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's