Als gij in uw huis zit - pagina 98
;
86 van achter dat kinderleven aan de moederborst: „Zij wierp mij reeds op U in barenssmarten ;" en gaat hij in Psalm 139 niet nog verder, en dringt hij niet nog dieper in zijn eigen ontvangenis en geboorte en schepping in, als hij uitroept: „Gij hebt mij in mijner moeders buik bedekt. Ik loof U omdat ik op een heel vreeslijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben. Wonderlijk zijn uwe werken. Ook weet Mijn gebeente was voor u niet verholen het mijne ziel zeer wel. als ik in het verborgene gemaakt, en als een borduursel gewrocht ben. Uwe oogen hebben mijn ongevormden klomp gezien, en alle deze dingen waren in uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was." Kras en sterk uitgedrukt, zonder een zweem van die preutschheid, waarmee men thans in sommige kringen elk spreken over de geboorte van een mensch als min kiesch afsnijdt. En wat ge ook opmerkt, door dat teruggaan op de Schepping en op zijn persoonlijke schepping, klimt David vanzelf tot de voorverniet zelfs
hij
ordineering op. Geloof aan uitverhiezing en geloof in de schepping hangt onverbiddelijk saam, en door niets zoozeer als door dat loslaten van de schepping is ook het geloof aan de uitverkiezing Gods ondermijnd.
Van waar ben ik ? Hoe ontstond ik ? Waar liggen de eerste oorsprongen mijns levens, nog eer ik in deze wereld werd ingebracht ? Zulk een staren op het raadsel van uw eigen leven, van uw aanzijn, van uw bestaan, komt toch vroeg of Iaat bij een ieder op, die den drang kent, om zich uit de verstrooiing des levens in stille overpeinzing terug te trekken. Wie ernstig zijn eigen bestaan opvat, Jcan aan de overstelpende macht van deze heel ons aanzijn beheerschende vragen niet ontkomen. En is het nu toch niet vreemd, dat men menschen vindt, die als het op een erfenis aankomt, of ook bloot om met hooge afkomst te pronken, met alle nauwgezetheid hun geslachtregisters napluizen, om drie, vier eeuwen diep de fontein van hun adellijk bloed bloot te leggen, die er nooit toe komen, om meer nog dan naar deze menscheoorsprongen, die zoo vaak trots en ijdelheid prikkelen, te vragen naar den oorsprong van hun ziel, en naar hun afkomst uit de hand
maar lijke
van hun Schepper?
De band, de
de ^)
^)
ééne ééne
God bindt, moet langs twee lijnen loopen maar de andere horizontaal-). Dat wil zeggen, uit onze ziel naar den hooge op, om onzen God
die ons aan
verticaaV), lijn
stijgt
Als een opgaande lijn. Als een vlakke lijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's