Als gij in uw huis zit - pagina 45
;
33 gevolg der zonde nawerkt, is duidelijk en ook blijkt uit de Openbaringen, waarin de Boom des levens twaalf maanden achtereen bloeit en vrucht geeft, dat in den staat der heerlijkheid ook deze tegenstelüng, evenals die van nacht en dag, van licht en donkerheid wegvalt maar dit heft het feit niet op, dat in deze voorloopige bedeeling, èn de zomer èn de winter geformeerd is, om een sprake van Gods majesteit te geven en het is die sprake, die ook nu nog, onder alle volk en aan alle oord, niet alleen van den winter, maar ook van den zomer met een ;
;
eigen taal uitgaat.
Die taal van den zomer nu is de taal van glans en gloed, van levensvolheid en van bruisende weelde. De nachten zijn kort, en zelfs in die kortheid minder donker. De dag is lang begonnen eer ge uw legerstede verlaat, en reikt bijna tot de ure, dat ge u nederlegt. Het kunstlicht wordt bijna niet aangestoken, en het kunstvuur, voor het bereiden van spijs onmisbaar, wordt hoe eer hoe beter gedoofd. Daardoor wordt er in den zomer zooveel minder geleden. Het deel
den winter vaak zoo bang en hard,
van den arme,
in
veel
De menschelijke behoefte krimpt dan
lieflijker.
is
in.
in
den zomer
De
spijs is
woning van den hem niet meer op.
overvloediger. Zelfs niet alle vrucht en ooft gaat de
arme voorbij. En ook zijn schamele woning sluit De vensters worden opengestooten. En in stegen en
men
straten loopt
men
om
van het vrijer leven te genieten. Ook de ellende van de ziekenkamer neemt met het komen van den
uit
en
zomer
De
vleit
zich neder,
af.
borstkranke, die den zomer haalde, leeft weer op in het gevoel gered te zijn. En zoo geen bange epidemie uitbreekt, worden
van de krankenhuizen ontvolkt. Alle lijden der zuchtende menschheid kan ook de zomer wel niet verdrijven, maar toch brengt de zomer tempering en verzachting van leed. Ook waar van een genieten, een volop genieten van den zomer geen sprake
is,
maakt het warme, zoeler
jaargetijde toch schier elks levenslot
draaglijker.
Ook
heeft
de zomer
dit
wondergoede, dat
hij
ons weer went aan
met Door nood gedrongen, is ons leven in onze woningen veelal een gekunsteld, en in zoo menig opzicht een onnatuurlijk leven. Te eng omsloten. Te zeer opeengehoopt. Te zeer afgescheiden van Gods rijke
het leven in en
de natuur.
schepping. 3
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's