Als gij in uw huis zit - pagina 31
19
met de handen arbeiden, weten daar niet van. Ze zijn 's avonds moede. Ze verlangen er naar om met hun kleed de zorgen des levens van hun schouders te laten glijden. En al doorleven ze den nacht, in wat die nacht is, leven ze niet in. Maar kom nu bij mannen van diepe ingedrongen Godsvrucht, gelijk een David en Asaf, en terstond wordt dit o, zoo anders. Dan is er ook over dien nacht een nadenken, dan wordt er ook met dien nacht gerekend, dan wordt ook van dien nacht aan onzen trouwen God en Vader de eere toegebracht. „Ik lag neder en ik sliep, en ik ontwaakte, want de Heere onderdie
steunde mij." Of zooals Asaf het uitroept: „De dag o, mijn God."
is
uwe, ook
is
de nacht uwe,
Beseft ge niet den hoogeren levensernst die hierin spreekt? De nacht van uw slaap is gemeenlijk een derde deel van uw levensdag. Met het ter ruste gaan en weer opstaan, elk etmaal acht op de vier en twintig uren. Voor wie den ouderdom van vijf en zeventig jaar mag. bereiken, nam de slaap vijf en twintig volle jaren, dag en
nacht saamgerekend, uit zijn leven weg. En dat derde deel van uw leven zoudt ge veronachtzamen mogen, er niet op merken, er geen oog voor hebben, doen alsof ge er niet van wist ? „Leer ons alzoo onze dagen tellen," bidt de Psalmist, „dat we een wijs hart bekomen," en het „Leer ons alzoo onze nachten tellen," ligt daar immers in besloten. Ook in den nacht, als ge bewusteloos nederligt, zijt ge er toch, ge bestaat toch voort naar ziel en hchaam, en ook in den nacht heeft er iets in u, en iets met u, plaats. Ge staat niet op, zooals ge uw moede hoofd nederlegdet, maar heel anders, verhelderd in uw denken en verfrischt in uw kracht. Uw nacht is zelfs van zooveel gewicht, dat het niet te sterk gesproken is, zoo men zegt, dat ge overdag teert op het kapitaal, dat ge 's nachts opdoet. Of wilt ge anders, dat ge arm aan kracht naar bed gaat, en des morgens rijk aan kracht het leven weer ingaat. Heb maar eens een nacht, dat slapeloosheid u kwelde, of dat ge zelf in uw dwaasheid, zooals er in Job 17 12 staat, „den nacht in den dag hadt veranderd," en mer'k het dan maar aan uw onbekwaamheid voor uw taak en aan het matte gevoel van uw zenuwen, wat het is, als ge dien toevoer van kracht uit de Fontein des levens ook maar één nacht hebt gemist. En daarbij denken we dan meestal nog alleen aan onze lic^iaamskracht. Aan de genezing van onze vermoeide spieren door rust. Aan :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's