Als gij in uw huis zit - pagina 37
25 zaligst zelfs is dan het inslapen, als men wegzinken ware in een nacht, waaruit men aarde niet meer ontwaken zou. Dat geeft tucht over de ziel. reidt de ziel. En maakt dat als eindelijk de dood komt, de
Het
alsof
rijkst
het
en
een
inslaapt
op deze Dat be-
dood u
niet zoo verrast.
Op die wijze wordt dan uw u te slapen leggen niet meer een u overgeven aan uw kussens, maar een bewust u overgeven in de hand van uw God, die u dan dien ganschen nacht van u zelven overneemt, om u eerst in den morgen weer aan u zelven terug te geven.
Wat
in het Hernhutters Avondlied gezegd wordt „Laat mij inslapend wachten. Heer, dan slaap ik zoo gerust. Geef mij heilige gedachten, en wees in den droom mijn lust," is eenigszins overprikkeld. Niet dan hoogst zelden zullen we in den droom gemeenschap met Jezus hebben. Immers we kennen hem niet meer naar het vleesch. En in den droom is alles voorstelling, uitwendige verschijning. Maar dit nu daargelaten, spreekt uit die bede toch vrome zin. Een besef, dat ook de nacht een deel onzes levens is, dat ook van dien nacht Gode de eere moet toekomen, en dat die nacht ons niet van onzen God mag scheiden, maar ons Hem nader moet brengen. „De dag is uwe, ook is de nacht uwey Dat is ten slotte het hoofdpunt, waar het op aankomt. Wie kan inslapen, zich heel (^n nacht door zijn trouwen God kan laten helen en bewerken en verfrisschen, en toch 's morgens weer op kan staan, zonder ook maar te denken aan wat zijn God al die uren van den nacht in, aan en voor hem gedaan heeft, is een Christen met een verfletste religie. Indien hij al met de vromen loopt, is toch zijn
op
:
U
vroomheid hinderlijk oppervlakkig.
Wie daarentegen voor dit groote werk van zijn God, dat in al die uren van den nacht doorgaat en tot stand komt, een oog heeft, die zal danken en loven, o, gewisselijk, voor alle hulp hem op den dag bewezen, maar stellig niet minder warm en vurig voor de toevoering van kracht en genade, die in den nacht hem toevloeide, naar lichaam en ziel, waardoor alleen het gelukken van het leven ook op den dag mogelijk werd. Meer nog. is het instrument in Gods hand niet alleen om ons te sterken naar het lichaam en ons weer met versche olie te overgieten in de stroef geworden scharnieren van ons geestelijk bestaan, maar de nacht moet ons ook het geloof en niet minder de gemeenschap met
De nacht
God vernieuwen. De besprenging met het bloed van morgen over u zijn. onzen
het heilig Godslam,
moet eiken
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's