Als gij in uw huis zit - pagina 253
241
Nu
vindt een oppervlakkig Bijbellezer daar niets bijzonders in.
Immers denkt hij, ook de namen van koning David en van koning Salomo zijn nu reeds bijna dertig eeuwen van geslacht tot geslacht voortgeplant. Van Nebucadnezar v^eet nog elk kind, van Gyrus en opgeschoten knaap te verhalen. En al leeft Prins ons niet meer, toch zal zijn schoone naam nooit in vergetelheid raken, zoolang er op Neêrlands vrijgemaakten bodem nog één Geuzenharl klopt. Dus, zoo denkt men dan, is het iets bij uitstek gewoons, dat ook en de psalmist zeï de naam van den Messias voort en voortleeft niets bijzonders, toen hij uitriep, dat zijn naam, zoolang de zon er is, van kind tot kind zal worden voortgeplant. Doch wie zoo spreekt vergeet dan ook, dat er bij staat „Zij zullen u vreezen zoolang de zon en de maan zullen zijn." Nu kan men een gestorven vorst wel in dankbare herinnering houden, men kan zijn praalgraf bezoeken en de heugenis zijner daden in het heldendicht vereeuwigen maar een gestorven vorst vreezen kan men niet. Een koning vreezen onderstelt toch, dat hij nog leeft, er nog is, nog regeert en u nog zegenen kan. En zoo is dan in Psalm 72 aan het vrome volk in de dagen des Ouden Verbonds dit heerlijk ideaal voorgehouden, en deze rijke belofte gegeven, dat er eens een Koning zou opstaan, die niet zou sterven, wiens rijk geen einde zou nemen, die niet slechts voor een wijle, maar eeuwiglijk en altoos regeeren zou, en wiens naam als de naam van een steeds regeerend en zegenend Vorst niet slechts in één geslacht, maar door een lange reeks van geslachten zou geëerd, en in dien zin van kind tot kind voortgeplant worden. Het volk telkens wisselend, maar altoos over dat volk dezelfde éénige Koning.
Alexander
Willem
elke
bij
;
:
;
Nu zalfden
we onder de zoete heerschappij van dien van God geKoning nóg. Eeuw na eeuw is voorbijgegaan, soms voorbij-
leven
gestormd, maar wat ook viel en wat ook tuimelde en wisselde, zijn troon staat eeuwiglijk en altoos hij, onze Koning, leeft en regeert nóg. Nog is er geen vorst op aarde met dien Koning vergelijkbaar, zoomin in de uitgestrektheid van zijn gebied, als in de trouw waarmee hij zijn volk regeert, en in de innige liefde waarmee dat volk hem houw en trouw zweert. Bij den glans van Jezus' kroon wordt alle vorst op aarde weinig meer dan een schijnkoning. Zoo kort, zoo beperkt, zoo weinig indrukmakend is hun macht. Wat was keizer Wilhelm van Duitschland niet een schier aangebeden vorst in zijn levensdagen! En zie, nog zijn er geen drie volle jaren over zijn graf heengegaan, en toch hoe bijna vergeten is hij niet reeds. ;
16
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's