Als gij in uw huis zit - pagina 178
166 Schrift
het
waar nakomen
y^niet
vergeten'' als een onafwijsbare plicht opgelegd
;
iets
dat ^wel vergeten" ongetwijfeld als niet van onze dure verplichting, en alzoo als zonde veroordeeld
rechtstreeks
uit
volgt,
wordt.
Met name wordt ons op het hart gebonden, dat we den Heere onzen zijn Naam, dat we zijn verhond niet vergeten zullen. Heere, mijne ziele," heet het in Psalm 103, „en vergeet zijn weldadigheden." Aan heel Israël wordt het ten plicht gesteld, zorge te dragen, dat ook het nageslacht de daden des Heeren niet vergete. En, waar we hier vooral nadruk op leggen, in Psalm 119 heet het telkens: y,Uw Woord zal ik niet vergeten", „nochtans heb ik mre Wet niet vergeten", „uwe inzettingen heb ik niet vergeten", „ik zal uwe hevelen niet vergelen," en zoo in vs. 176: „uwe gehoden heb ik niet
God, dat „Loof den geene van
we
vergeten."
waarin Mozes, na aan Israël de ordinantiën Gods hebben voorgehouden, zijn rede besluit met het ernstig vermaan:
Juist dezelfde zin, Ie
Vergeet het
niet.
Toch onderscheide men
hier wel.
Als ge zonder opzet, door drukte of afleiding, een plicht die u was opgelegd, vergeten hebt, ligt in het niet nakomen van uw plicht op dat oogenblik op zich zelf geen zonde. Waren we alzoo alleen aansprakelijk voor onze lijdelijke daden op een gegeven oogenbhk, zoo zou zijn vol te houden, dat het vergeten van schuld vrij is. Edoch zoo staat de zaak niet. zijn volstrekt niet enkel verantwoordelijk voor wat we op een gegeven oogenblik doen of nalaten, maar ook wel terdege voor den toestand van onzen persoon, waaruit zulk een nalatigheid voortspruit. Nu is het vergeten op zichzelf een rechtstreeksche krankheid des geestes, die voortvloeit uit onzen zondigen staat. De zonde heeft niet alleen onzen wil aangetast en verzwakt, maar ook ons verstand verduisterd en een der meest jammerlijke verduisteringen van ons verstand bestaat juist daarin, dat de gebrekkigheid van het vergeten in ons gekomen is. Adam in den staat der rechtheid kon niet vergeten, en als we eens, van alle zonde vrij, onder Gods gezaligden verkeeren zullen, zal er evenmin ooit vergetelheid in ons kunnen zijn. Vergeten is een zwakheid, is een gebrek, is een verstoring van ons menschelijk bewustzijn. En in zoover we nu 'allen medeschuldig staan in Adam, zijn we wel terdege ook verantwoordelijk voor het droeve feit, dat het vergeten zoo telkens de gebrokenheid en zwakheid van ons bewustzijn verraadt^
We
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's