Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 188

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 188

2 minuten leestijd

176 aan dat helpen van moeder lust heeft, zoo ook is het voor den Christen geworden. Zorge voor zijn brood kent hij niet. Wat toch zou hij bezorgd zijn voor zijn leven, zeggende: Wat zal ik eten, of waarmede zal ik mij kleeden? Doen niet de Heidenen alzoo? En als hij aanziet de vogelen des hemels, dat ze noch zaaien, noch maaien, en nochtans door zijn God gevoed worden, kan hém dan het vertrouwen ontzinken op zijn Vader die in de hemelen is? Nu zeggen we niet dat ieder Christen zóó staat, maar wel dat hij zoo staan moet. Gelijk een kind niet voor zichzelf zorgt, maar zijn vader zorgen laat voor hem, en nu voor vader werkt, omdat hij zijn vader is, met zoo ook laat een kind van God lust en liefde en in gehoorzaamheid, de zorge voor zijn brood aan zijn God over, en inmiddels werkt hij al de uren van den dag in den dienst van zijn God. Wat hij in zijn werk zoekt is dus niet het loon, niet het geld, niet het brood, maar het welbehagen zijns Gods. Hij is bij zijn God thuis, bij zijn God in dienst, en nu werkt hij al den dag in zijn Goddelijk beroep, omdat zijn God hem daarin gesteld heeft, of hij daarin zijn God mocht behagen. Zoo werkt hij niet om daardoor brood te erlangen, d. i. niet om de spijze die vergaat, maar om het welbehagen en de gunste zijns Gods te genieten, d. i. om de spijze die blijft tot in het eeuwige leven. Aldus is de vernedering overwonnen. Het is niet meer heel het leven opgaande in de zorge voor het lichaam maar omgekeerd ook de meest slaafsche en stoffelijke arbeid ingetrokken in den dienst van zijn God en daarom in zijn God

;

geheiligd.

Eiken morgen, dat weer een dag begint, is het zijn vraag en zijn bede: „Wat wilt Gij, Heere, dat ik doen zal?" En eiken avond, als weer de dagtaak volbracht is, legt hij het offer daarvan voor zijn God neder, gevende Gode de eere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 188

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's