Als gij in uw huis zit - pagina 158
146
Doch
zooals het
met de zonde
staat,
zoo staat het nu ook met uw-
heiliger zin.
Wat u
in
goede heihge neiging er ook in u opwake, wat drang tot liefde ook wat nederige zin van ootmoedigheid ook uw hart verook daarvan is geen andere openbaring dan door uw lichaam
spreke,
vuile,
mogelijk.
Zonder uw^ lichaam op aarde geen gemeenschap der
heiligen.
Zonder
uw
lichaam geen enkele uiting of betoon van liefde in blik, in woord of daad. Zonder uw lichaam niet één enkele openbaring van het leven dat genade in u uitstortte. Ook al is er licht in u, dat licht kan niet anders uitschijnen dan door de vensters van uw lichaam. Wat daardoor niet heenstraalt, blijft verborgen. Want let wel, zonder uw lichaam kunt ge niets hooren, niets lezen, niets spreken, niets in blik of gelaat toonen, en volstrekt niets naar buiten doen.
uw verheerlijkt hchaam in de toekomst des Heeren dan ook geen bezwaar opleveren, want gelijk dan uw lichaam wezen zal, zal het geheel op die uitstraling van het geestelijk Nu,
hebt,
als
zal
ge eens dit
licht zijn aangelegd.
Ook toen God Adam
in het paradijs schiep, kostte
dat
Adam
geen
want ook toen was het evenwicht volkomen. Maar nu is dit niet zoo. Nu is uw lichaam niet meer in dien zuiveren toestand,
moeite,
dat het de zonde en de heiligheid even gaarne uitlaat en doorlaatIntegendeel, uw lichaam is nu zoo, dat het gemakkelijk een zonde doorlaat, maar dat ge uw lichaam maar al te dikwijls geweld moet aandoen, om er een uiting van hooger leven door te laten bewerkstelligen.
De
geboren wordt, is een zeer bange en lange. lichaam is in zijn natuur nog verdorven en dus met allerlei zwakheid behept. Daardoor krijgt dat lichaam zekere eigen hebbelijkheden. Begint er van dat lichaam zekere actie ook op uw ziel uit te gaan. En stuit ge zoo telkens op verzet, als ge uw lichaam gebruiken wildet voor iets heiligs en wat uit God is. Doch nu is de vraag, of gij daartegen ingaat, of wel, dat ge hierin aan uw vleesch toegeeft. Hoe ook, altoos is er een worsteling, maar de vraag is, wie in die worsteling overwint, of gij het aflegt voor uw hchaam, of uw lichaam voor u. En nu klaagt Paulus wel: „Ik ellendig mensch, wie zal mij verlossen van dit lichaam des doods"? Maar diezelfde Paulus roemt toch ook: „Ik bedwing mijn lichaam en weet het mij te onderwerpen." Dit wil natuurlijk niet zeggen, dat Paulus altoos, en aUoos geheel strijd
Want
die hieruit
natuurlijk,
uw
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's