Als gij in uw huis zit - pagina 170
158
Dan
is
er eerst het
zooals nu
gewone, algemeene geven
om
er van af te zijn,
jaren geleden de „voor zijn weldadigheidszin bekende Nederlander" een klein vast postje op zijn budget uittrok. Overleggen en opleggen zooveel duizenden, en dan ook een tientje of wat voor allen nood der Christenheid saam. Een druppelke uit den overvloed. En daarom zonder zedelijke waardij, vijftig
omdat
er geen uitsparing, geen ontbermg, geen inkrimping van weelde achter school. Dat was een geven zonder kunst. Geven om meê te doen. Goed gemeend, maar zonder dat er een inspraak van het hart achter zat. Men gaf niets voor zijn kerk. Geen duit voor zijn scholen. Een kleine contributie aan drie, vier vereenigingen. En ook nog wat los geld aan den gaanden en komenden man. Maar door den nood heeft God daarin wijziging, heeft God de Heere daarin kunst gebracht. Tienmaal zooveel als toen, is nog te laag geraamd, om het verschil uit te drukken tusschen hetgeen de kleine burger vooral thans op een jaar offert, vergeleken met wat hij destijds gewoon was. Wie de moeite nam om al de budgetten en budgetjes saam te tellen van alle diaconieën, kerken, schoollokalen, vereenigingen enz., die in ons land het hoofd boven water houden, en daaruit grosso modo in zijn gedachten afzonderde, wat van de kleine burgerij komt, zou zich verbaasd afvragen, hoe uit zoo weinig rijken kring zulke
sommen kunnen inkomen.
kolossale
En toch
heeft
niemand er iets minder om. Toch is de geestesstemming dan gedaald. Van armer worden door het geven
er eer door verhoogd
geen sprake geweest. wilt ge ook bij geld van dat wondere mysterie reppen, dat in „den zegen onzes Gods" schuilt, erken dan vrij, dat hier die zegen
is
En
gezien
is.
van de ohe in de kruik, waar aldoor uitging, en die toch niet ledig werd. Iets
Zulk
geven
als
zijdelingsch voordeel
Denk
slechts aan
vrucht
van hooger,
heiliger kunst, wierp tevens
af.
uw
kerkelijk leven.
Bijna algemeen erkent men onder de belijders des Heeren, dat de toestanden in de van Staatswege gesubsidieerde Hervormde en Luthersche kerken ondraaglijk zijn. Niets deed men dan ook liever dan er een einde aan maken. Maar... dan moet men op eigen beenen gaan staan.
Dan
de goudstroom van den Staat vast en vloeit niet meer. Dan wie zal daarvoor instaan ? Wie durft het aan? de klip waarop de kerkelijke ijver van o zoo velen stootte.
vriest
moet Dat
alles zelf betaald. En is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's