Als gij in uw huis zit - pagina 81
:
69 In die aanstelling wortelt zijn gezag; daarin alleen en het is uit dien hoofde, dat hij alle verkrachting van zijn gezag moet tegengaan, en ook dat gezag niet ongebruikt mag laten, maar het voor dat ééne groote doel moet aanwenden. Elk ander regeeren van zijn gezin mist hoogere wijding. Alleen zoo grijpt het de conscientie aan. En de man die dit niet doet, komt zelf in de schuld voor God, wijl hij spot met zijn verantwoordelijkheid aan den Kenner der ;
harten.
Of er naar zijn woord geluisterd wordt, is een tweede vraag. Dat deden ze naar Jeremia's woord ook niet. En de brutaliteit van vrouw en kroost kan soms zoover gaan, dat ze evenals die vrouwen tot Jeremia, zoo ook tot den man en vader, na zulk een vermaan zeggen „We zullen naar u niet hooren, maar toch onzen zin doen." Maar mits de man zorg droeg, dat hij zijn gezag niet wegwierp, is het dan van hem af, en zal de dubbel schuldige vrouw, met haar verleid kroost, alsdan de dubbele schuld voor
God
dragen.
Het geld
is hier van ernstige beteekenis. Joodsche vrouwen van Tachpanhes erkenden het zelven, toen ze aan Jeremia vroegen: „Denkt ge dan dat we ons die weelde veroorloven kunnen, zonder onze mannen?'''' (vs. 19). Niet bij Israël, maar ten onzent, kan een vrouw eigen geld hebben, en bij huwelijkssluiting bedingen hebben gemaakt, om haar onafhankelijkheid te verzekeren, en dan natuurlijk is de man er wel verantwoordelijk voor, of hij goed deed, met op die voorwaarde te huwen, maar, eens gehuwd, ontgaat dan wat zijn vrouw op zulk een wijze uitgaf aan zijn macht. Maar in den regel is dit niet zoo. In den regel heeft de vrouw geen ander geld, dan wat de man haar uitreikt, en daarom blijft de man ook voor de uitgaven van zijrl
Die
vrouw verantwoordelijk. De zucht naar het wereldsche, de neiging met vrouwen die God niet vreezen meè
de trek om doen, kan bijna nooit
tot ijdelheid, te
anders dan door geld bevrediging vinden. Zoo was het te Tachpanhes, zoo is het onder ons nog. En daarom de man die zegt „Ik geef mijn vrouw geld, en wat zij er meè doet, komt te harer verantwoording", zal aan zijn God van dit luchthartig spel eens rekenschap geven. Zeker, aan de vrouw, gelijk ze zijn moet, en voor zoover ze in de vreeze Gods wandelt, moet de ruimste eere en de grootste vrijheid :
van beweging worden gelaten.
Maar
als
de
man
merkt, dat het misloopt, en
hij
er van af weet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's