Als gij in uw huis zit - pagina 213
,
201 heb- en schraapzucht, king vooraan.
als het
uitgangspunt van nationale zelfverzwak-
Los kapitaal bezat men in Jesaia's dagen nog haast niet. Er was geen ander groot bezit dan in vast goed, d. i. in huizen en in landerijen
denkbaar.
Wee u ! zijn eigenaardige tint. Aldus luidde het TFee w.' tegen de tuk beid op rijkdom: Wee dengenen, die huis aan huis treklen en akker aan akker brengen^ totdat er geen plaats meer zij, en dat gijlieden alleen inwoners gemaakt wordt in het midden des lands. Dit is de vorm van de zondige hebzucht, waaraan het averechtsche stelsel van de Landnationalisatie haar kracht, en haar deel waarheid ontleent, en het verklaart hoe vrome kinderen Gods een oogenblik den droom konden droomen, alsof uit landnationalisatie het heil der toekomst zou dagen. Al is toch dit stelsel als stelsel eer te duchten dan toe te juichen, gul en volmondig dient toegestemd, dat er achter het streven, dat er in uitkomt, een drijfkracht van waarheid zit. Het overgroote grondbezit komt uit zonde op druischt tegen de ordinantiën Gods in en loopt er op uit, dat het van God gestelde verband tusschen het land en de inwoners van dat land wordt Dit gaf aan het eerste
Hoor
slechts.
;
:
verbroken.
oude dagen op hoe dwaas het toch is, zijn huis te willen vergrooten, tot er allerlei kamers in leeg staan, terwijl anderen nauwlijks de noodige plek hebben. Of ook hoe onzinnig, „zooveel land aan zich te trekken, zoodat er van af moeten, wie God er op geplaatst heeft, terwijl toch de aarde ons als gemeenschappelijke verblijfplaats is aangewezen". En in gelijken zin schreef een vorst onder de uitleggers onzer eeuw,
Reeds Calvijn wees er
in
die onverzadelijken, ze rusten niet, alvorens alle klein landbezit in groot landbezit is opgeslokt. Een zonde te gruwelijker in
Delitzsch:
„Zij,
waar de Goddelijke wetgeving van het landbezit had ingesteld."
Israël,
juist
een gelijkmatige verdeeling
uitspraak dan ook een besliste en krasse veroordeeling van het brengen van halve landstreken aan één eigenaar.
Zeer
stellig ligt in
Jesaia's
Dat mag niet. Dat moest de Overheid zelfs niet dulden. En toch, het bange eerste Wee u ! waaruit straks de
Wee
u's !
zoodanig,
vijf
andere
voorvloeien, keert zich niet tegen verkeerd landbezit, als maar tegen den zondigen geest die er zich in uitspreekt.
Het eerste
Wee u !
vloekt en verdoemt in eiken
maken
,
altoos
meer
en
in
geld.
het
om
mensch en
in elk
het levensideaal te stellen in het fortuin verkrijgen van maar altoos meer eigendom
volk, de zondige neiging,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's