Als gij in uw huis zit - pagina 34
22
weer met angst opschrikt. Dan is vooral een lange winternacht haast om door te komen, en brengt u de eerste lichtstraal die weer door het venster binnenkomt, een waar gevoel van verlossing. Ook voor hen die bij onze kranken waken, kan zulk een nacht benauwend langzaam voortkruipen. Maar verreweg de meesten, vooral onder hen die met de handen arbeiden, weten daar niet van. Ze zijn 's avonds moede. Ze verlangen er naar om met hun kleed de zorgen des levens van hun schouders te laten glijden. En al doorleven ze den nacht, in wat die nacht is, leven ze niet in. Maar kom nu bij mannen van niet
diepe ingedrongen Godsvrucht, gelijk een David en Asaf, en terstond dit o, zoo anders. Dan is er ook over dien nacht een nadenken, dan wordt er ook met dien nacht gerekend, dan wordt ook van dien nacht aan onzen trouwen God en Vader de eere toegebracht. „Ik lag neder en ik sliep, en ik ontwaakte, want de Heere ondersteunde mij." Of zooals Asaf het uitroept: „De dag is uwe, ooh is de nacht uwe,
wordt
o,
mijn God."
Beseft ge niet den hoogeren levensernst die hierin spreekt? De nacht van uw slaap is gemeenlijk een derde deel van uw levensdag. Met het ter ruste gaan en weer opstaan, elk etmaal acht op de vier en twintig uren. Voor wie den ouderdom van vijf en zeventig jaar mag bereiken, nam de slaap vijf en twintig volle jaren, dag en nacht saamgerekend, uit zijn leven weg. En dat derde deel van uw leven zoudt ge veronachtzamen mogen, er niet op merken, er geen oog voor hebben, doen alsof ge er niet van wist ? „Leer ons alzoo onze dagen tellen," bidt de Psalmist, „dat weeën wijs hart bekomen," en het „Leer ons alzoo onze nachten tellen,"
daar immers in besloten. in den nacht, als ge bewusteloos nederligt, zijt ge er toch, ge bestaat toch voort naar ziel en lichaam, en ook in den nacht heeft er iets in u, en iets met u, plaats. Ge staat niet op, zooals ge uw moede hoofd nederlegdet, maar heel anders, verhelderd in uw denken en verfrischt in uw kracht. Uw nacht is zelfs van zooveel gewicht, dat het niet te sterk gesproken is, zoo men zegt, dat ge overdag teert op het kapitaal, dat ge 's nachts opdoet. Of wilt ge anders, dat ge arm aan kracht naar bed gaat, en des morgens rijk aan kracht het leven weer ingaat. Heb maar eens een nacht, dat slapeloosheid u kwelde, of dat ge zelf in uw dwaasheid, zooals er in Job 17 12 staat, „den nacht in den dag hadt veranderd," en merk het dan maar aan uw onbekwaam-
ligt
Ook
:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's