Als gij in uw huis zit - pagina 26
14
Over
dit
verschil in gebruik behoeft niet getwist te
worden.
Het
komt daar vandaan, dat wij den nacht niet meetellen. Morgen en avond maken voor ons één langen dag van zestien uren, en dan acht uren van den nacht, die we buiten rekening laten. het Oosten daarentegen rekent men óók den nacht meê en moet
komen de In
daarom wel bij den avond beginnen. De Oostersche taal is daarom diepzinniger. Als de zon er nog niet is, loopt hij ons de rekening nog niet. Eerst als de zon opgaat, komt het leven, en tot de zon ondergaat,
En wat daartusschen
inligt blijft in het onzekere hangen. Oosten komt eerst de avond en de nacht, als die verborgen tijd, waarin God werkt, in den slaap ons verkwikt, en geheel het leven van den dag voorbereidt. En dan eerst komt de morgen, als dit door God bereide leven, die door God gewerkte kracht naar buiten treedt, haar glansen spreidt en schittert. Maar hoe men nu de volgorde ook neme, altoos blijft toch, bij Westerling en bij Oosterhng, dat onze levenstijd geen lek is dat tik, tik, rusteloos voortdruppelt maar dat de loop van onzen tijd is ingedeeld, dat onze tijd w^ordt ajgehroken, dat er een golfslag in is, die steeds op en neer gaat, en dat door een kunstig bestel Gods heel het aardrijk, en ons leven op deze wereld, twee zijden, twee vormen, twee wijzen van bestaan heeft gekregen, het leven des daags en het leven des nachts. Hierdoor nu is voor heel uw zielsbesef al wat aan u is telkens weer uit, en dan begint het weer opnieuw. Dit nu maakt uw leven overzichtig. Het strekt zich nu niet als één eindeloos vaal, vaag vlak voor u uit, maar het heeft zijn lijnen, zijn grenzen, zijn mijlpalen. Gij kunt het achteruit, en vóór u uit, berekenen. Tot zooverre loopt het, om dan onder te duiken, en daarna weer opnieuw te beginnen. Uw dag, en dan de nacht, en daarna weer de nieuwe morgen, als het leven u nogmaals gegund wordt, vernieuwd voor u treedt, en nogmaals begint. Een langzaam dreunende klokslag niet van den toren, en niet van uw schoorsteenmantel, maar die uit heel de natuur u tegenklinkt en in uw eigen zielsbesef naklank vindt. De moeheid en matheid als de avond gedaald is. En dan bij het ontwaken weer het gevoel van kracht en frischheid, waarmee ge den nieuwen dag tegengaat. •
duurt het voort.
Maar
in
het
;
op zichzelf niets dan een sprake in uw natuurlijk leven. daarom niet ook een geestelijke beduidenis? Dat op- en neergaan van den stroom van licht en leven was toch ook reeds in de schepping, toen God ze voortbracht, en nog geen menschenoog zich voor het licht kon sluiten of voor het licht kon
Nu
Maar
is
dit
heeft het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's