Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Als gij in uw huis zit - pagina 187

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Als gij in uw huis zit - pagina 187

3 minuten leestijd

175

Maar

dat spreekt zoo vanzelf, dat er nauwelijks op behoeft gewezen worden, ook al zullen heel wat belijders, en vooral belijderessen van den Heere, goed doen, dat ze ook hierop merken. Edoch er bestaat nog een ander verschil, en dat verschil grijpt veel dieper in. Het is namelijk hierin gelegen, dat de onbekeerde werkt om de spijze die vergaat, en dat de bekeerde althans werken kan om de te

spijze,

die

blijft

tot in

het eeuwige leven.

De zondaar als zoodanig werkt, en moet werken, om brood te hebben, om met het alzoo verkregen brood zijn leven te onderhouden. Hij staat in de vernedering. Hij weet wel,

maar

dat zijn lichaam in waardij ondergeschikt

is

aan

zijn

om

dat lichaam te voeden en te onderhouden. Dat zet men thans wel in geld om, maar dit maakt geen verschil. In schier elk huisgezin gaat bijna al het geld, dat inkomt, aan het lichaam op. te wonen, om het lichaam te bekleeden, om het lichaam in stand te houden. Zoo werkt men om loon, men werkt om geld, om voor dat geld ziel;

toch, schier heel

zijn

leven gaat op in de zorge

Om

brood en kleedij te koopen, en de regel des levens blijft nog altoos voor de millioenen en nogmaals millioenen van ons geslacht: „In het zweet uws aangezichts zult gij brood eten." Die ordinantie is Gods ordinantie voor den zondaar, en de menschheid

ontkomt er niet aan. Want wat men zegt, dat toch velen, die in hoogen stand leven, niet voor hun brood arbeiden, is ten deele onwaar. Arbeiden met den geest is ook arbeid. Veel zwaarder arbeid zelfs. En als er storm opkomt op zee, en de lichtmatroos bij het huilen van den wind in het want moet om de zeilen te reven, terwijl de stuurman rustig op de brug staat, zal toch niemand zeggen, dat nu wel die matroos arbeidt, maar die stuurman niet. En wat die kleine groep aanbelangt van rijke lieden, die leven van opgegaard geld en brood en meer dan brood hebben, ook al werken ze niet, ook hun wacht het oordeel Gods, indien ze hun roeping niet verstaan hebben, om, waar ze die weelde genoten, te volijveriger bezig te zijn voor de hoogere belangen des volks en in de dingen van het Koninkrijk Gods.

Maar voor den bekeerde neemt God de Heere nu die vernedering van den arbeid weg. Hij is weer kind van zijn God geworden. En gelijk nu in het huisgezin het kind helpt en mede-arbeidt, zonder er bij te denken: „Daarmee verdien ik mijn brood", maar alzoo arbeidt om geen andere reden, dan omdat moeder het zegt en overmits het

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's

Als gij in uw huis zit - pagina 187

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's