Als gij in uw huis zit - pagina 147
135 op zekere hoogte „vrienden" hebt, maar met wier huisgezin ge u niet terwijl het omgekeerd bij uw maagschap en uw bijzonderste vrienden als regel geldt, dat vanzelf ook hun kinderen met uw kinderen verkeeren, en het gemeenschappelijk verkeer der gezinnen iels meer nog dan een persoonlijk, iets anders nog dan een individueel, zoo ge wilt een soort ^fe-^msverband legt. Doch al is het, dat die „maagschap" en die „bijzonderste vrienden" zich niet zelden op voet van gelijke vertrouwelijkheid over uw vloer bewegen, toch is beider betrekking op u en uw gezin een geheel inlaat,
verschillende.
De band van „maagschap" werd gelegd
buiten
uw
toedoen, die
van
zeer bijzondere vriendschap alleen door keuze van het hart.
Daardoor hgt de band der maagschap meer in onze natuurlijke, de band der bijzondere vriendschap meer in onze geestelijke levenssfeer. Gevolg waarvan is, dat op de maagschap meer nadruk wordt gelegd, zoolang het leven in uw kring nog op lageren trap staat, terwijl omgekeerd de meer bijzondere vriendschap in waarde klimt, hoe hooger het geestelijk leven klom. Ooms en tantes, neven en nichten heeft bijna ieder, ook wie zelf niets is; maar om „bijzondere vrienden" te hebben, moet ge zQ\ïiets zijn; iets in u hebben dat aantrekt; iets waaruit een geestelijke band is te weven. Leest ge dan ook de levenshistorie van groote mannen, dan verneemt ge hoogst zelden iets van hun ooms en tantes, neven en nichten, maar te meer van hun geestelijke maagschap, van hun boezemvrienden, van de Jonathans met wie deze Davids mochten verkeeren. En onder wie geestelijk als Gods kinderen hooger staan is het niet anders. Want ook zij eeren wel de banden der maagschap, maar toch hun nauwste banden hebben zij met de broederen in het Koninkrijk. Naar rang gaat de maagschap voor, maar, geestelijk gewogen, wint het deze „bijzondere vriendschap'\
Zult ge nu daartegen inwerpen, dat toch de band der maagschap, de familieband, van God is, en uw vriendschapsband uit uzelven? Maar immers, dan maakt ge een scheiding die onwaarachtig is, en gaat ge zoo tegen de leer der Schrift als tegen de ervaring van het leven
in.
niet zoo, dat wie in beide rijk mag zijn, en in een sympathieke maagschap, èn in hooggestemde vriendschap, zijn God voor die beide danken zal, en Hem zal eeren als de Fontein van alle goed, waaruit hem zoowel die betrekking van het bloed, als die betrekking van het vriendenhart toekwam? En wat de Schrift aangaat, ligt niet reeds in het Paradijswoord:
Of
is
het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's