Als gij in uw huis zit - pagina 75
#
63
anderen kant de lijn van Golgotha, d. i. het mysterie des lijdens, dat den rechtvaardige het kruis voorspelt en de goddeloosheid der v^ereld over den Man van Smarte doet triomfeeren. Ja, tot zelfs in de natuur ziet ge die twee lijnen dwars door
Maar ook van
den
elkaar schuiven. Eenerzijds een God, die zijn zon laat opgaan over boozen en goeden, en die regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. En toch weer anderzijds een verwaarloosde alcker, die zijn bezitter honger laat lijden, en zulks tegenover een wingerd of olijvengaarde, die den nij veren landman in vrede en in goeden doen onder zijn wijnstok doet nederzitten.
Altoos die twee. Rechts een regel van vergelding, die lijden aan zonde huwt maar ook linhs een regel, die met elk denkbeeld van vergelding spot, en die voor den Eénige die, uit een vrouw geboren, vlekkeloos rein was, een vloekhout oprichtte en nog aan dat vloekhout hem tergde. En die tegenstelling ge verklaart ze u niet uit de verblindheid of de onrechtvaardigheid der menschen, want God geeft Job aan Satan over; en nu nog vloeit krankheid en dood, die zoo vaak het pad des rechtvaardigen in sombere nevelen hullen, niet uit des menschen feil of gril, maar uit het vrijmachtig bestel van den Eeuwige. ;
Vraagt ge nu, of het ons gegeven is, om hier reeds, bij het licht des Woords, dien schrillen strijd, die de vromen aller eeuwen gedrukt heeft, helder op te lossen, dan past het ons zeer zeker te belijden, dat
de vrienden van Job, en meer dan de Immers Gethsémané en Golgotha, die toen liggen thans achter ons. Maar dan voegt toch
we meer weten dan
van nog moesten Prediker
Jeruzalem. Icomen,
bij, dat ook bij Golgotha het aanbidden zooveel lichter valt dan het doorgronden. Slechts zooveel is klaar, dat de oplossing van den strijd tusschen den regel van Sinaï, die den goddelooze, en den regel van Golgotha^
elk
onzer er aanstonds
omgekeerd den rechtvaardige doet lijden, te zoeken is in derden regel, in den regel die ons het mysterie der liefde vertolkt, en die spreekt van een lijden van den één in de plaats van den ander; van een ondergaan en verzinken in joZaa?c<tJeA;Zeec/572cZ lijden; van een komen van de ziel des éénen in des anderen ziele plaats. Want al schijnt dit op het eerste hooren raadselachtig, en al spreekt Job, die er het eerst van gewaagt, er nog in nevelen van, toch kennen we zelven dien gulden regel zeer wel uit eigen zielservaring. hebben ze gekend, we hebben ze doorleefd, de heilige oogenblikken, dat anderer smart ons zoo pijnlijk op de ziel woog, dat we soms meer dan de lijder zelf, er onder gedrukt en gebogen gingen. En ook, ze zijn ons niet vreemd, maar uit de herinnering gedie
juist
een
We
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's