Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 70
64 regelen van bestuur, daar ook de kennis van deze voor de werklieden van belang kan zyn.
Ter tegemoetkoming aan het in het Kamerverslag uitArt. 78. gedrukt verlangen, om de regeling te vereenvoudigen, stelt ondergeteekende thans voor om het bepalen van de kiesgerechtigheid, verkiesbaarheid enz. over te laten aan een algemeenen maatregel van bestuur. Op de plaatsvervangers zijn dezelfde bepalingen toepasselijk gemaakt als op de leden en hun aantal is verdubbeld, overmits men bij werklieden niet alleen op overlijden en bedanken, maar ook op het overgaan in anderer dienst rekenen moet, en deswege voor een vierjarig tijdperk één plaatsvervanger niet voldoende schijnt. Dat de kosten der verkiezing ten laste der Bedrijfsvereeniging komen is ingevoegd. Ook om de verkiezing niet te dikwijls te doen terugkeeren, wordt thans voorgesteld, alle leden en plaatsvervangers te gelijk te doen aftreden.
Voor het
geval, dat de Commissie door het wegvallen van een als opgetreden tweeden plaatsvervanger onvoltallig mocht worden, wordt voorgesteld eene nieuwe verkiezing voor een lid en de ontbrekende plaatsvervangers uit te schrijven. Ten einde de verkiezing te vergemakkelijken en zekerder tot resultaat te doen leiden, is naar analogie der Kieswet, het stelsel van candidaatstelling, en bovendien dat van stemming tusschen
lid
candidatenlijsten aangenomen. Het oordeel over de noodzakelijkheid der door de leden, of hunne plaatsvervangers, gedane uitgaven wordt aan de Commissie van arbitrage toegekend. In het geval dat een benoemde zijne benoeming niet aanneemt zal
moeten voorzien worden door den algemeenen maatregel van
bestuur. De verkiezing heeft haar doel eerst bereikt, en komt dan eerst tot rust, zoo er een lid is. In de bedenking der tiegeering, dat de eerste maal geen resultaat mocht te verkrijgen zijn, is voorzien.
Aan de opmerking der Regeering over lokaalhuur, keuze § 79. van voorzitter, en vaststelling van een huishoudelijk reglement is reeds gevolg gegeven door wijziging van art. 78.
Ad lum is de regeling van de wijze van verkiezing der werklieden-leden voor de Commissie van arbitrage in art. 78 bepaald. Evenzoo het onderzoek van hunne geloofsbrieven.
Ad 2um. Bedoeld was, dat de lijst aan de Commissie uit de werklieden zal moeten worden toegezonden, opdat deze beoordeele, of zij al dan niet aanmerkingen heeft. Dit is thans opzettelijk uitgedrukt.
Ad 4um. Bedoeld is „mededeeling" van den voor te schrijven veiligheidsmaatregel. Duidelijkheidshalve is hiervoor thans geschreven: aanvrage, en de termijn scherper gepraeciseerd. Bij de wet poenale sanctie te stellen op het te laat inzenden van bedoeld advies, gaat, waar het de Commissie uit de werklieden geldt, moeilijk. Het huishoudelijk i-eglement zal ten deze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's