Als gij in uw huis zit - pagina 161
149 te kunnen nazien, en rustiger aan haar handwerk te voortborduren, zal haar oordeel van God dragen, omdat ze als moeder haar plicht heeft verzaakt. En ai bestond er nu in die dagen toen de Kantteekeningen bij den Bijbel zijn gezet, nog geen sociale quaestie, toch gingen toen reeds de schatting onzer vaderen de dienstboden vóór de meubelen, en in vóór de kamers en trappen. Ook die dienstboden toch zijn levende have, zijn menschen, zijn leden der kerk, zijn gedoopte personen, en een vrouw des huizes, die niet op de personen harer dienstboden toeziet, om ze te verzorgen, en op haar lichaam en ziel toe te zien, en om ze te eeren in haar menschenwaarde, toont niet te verstaan wat het zeggen wil, dat God haar menschen in haar dienst gegeven, wezens die een ziel te verliezen hebben, heeft toevertrouwd. Ook wat er bij staat over „de middelen die haar man haar heeft toevertrouwd" is niet voor elke huisvrouw een zaak van genoegzamen
haar meubelen
kunnen
ernst.
Ook het geld geeft God. Ook daarmee mag om zijnentwil niet slordig worden omgegaan. Alle geld is toevertrouwd, en daarom van alle geld
we Gode rekenplichtig. Slechts twee zaken vergat de Kantteekenaar. De vrouw des huizes heeft voor nog meer, ze heeft ten eerste ook voor de vrienden en gasten des huizes te zorgen. Vooral in een huis met drukke gangen des levens is haar taak
zijn
juist
daardoor vaak zoo omvangrijk.
En dan komt er nog de man bij. Ook hij heeft verzorging noodig. Niet alleen in kleeding en spijze, maar ook in den gang zijns levens en de vorming van zijn karakter. En wederom, een vrouw des huizes verstaat haar roeping niet, zoo ze op de vorming en de ontwikkeling van haars mans karaiiter geen gezegenden invloed
heeft.
Tegen deze vrome opvatting van de taak der huismoeder gaat intusschen de geest onzer eeuw almeer in. Op een vrouw die aldus in de gangen van haar huis bijna opgaat, ziet men laatdunkend neer als op een „huismusch". Geestig, interessant moet de vrouw, vooral voor publieke conversatie, zijn, en daarom moet al dat lagere leven van het huisgezin, bij maniere van een kleine kazerne, door strenge orders in een vroeg morgenuur afgedaan, voor het overige aan het dienstpersoneel overgedaan, opdat zoo de vrouw vrij krijge, om te lezen, om te spelen, om uit te gaan, en zich tijd voor hooger sfeer van leven te ontwikkelen. Naar Gods Woord daalt de vrouw hiermee in waardij.
in stede
van
te
Mimmen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's