Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 29
25
Artikel 59. Hij, die ingevolge deze wet vermeent aanspraak te hebben op eene schadeloosstelling en aan wien die niet ambtshalve is toegekend, is bevoegd ora zich binnen één jaar, te rekenen van den dag van het ongeval, met zijne aanvrage tot het bestuur der Ryksverzekeringsbank te wenden indien de aanspraak gegrond bevonden wordt, wordt de schadeloosstelling vastgesteld en toegekend. Na verloop van het jaar, in het vorige lid bedoeld, zijn alle aanspraken vervallen en wordt de aanvrager niet-ontvankelijk ;
verklaard.
Artikel 60.
Het bewijs van toekenning eener schadeloosstelling wordt den bij te adviseeren dienstbrief toegezonden. Deze brief bevat de gronden, waarop de vaststelling van het bedrag der belanghebbende
schadeloosstelling en de toekenning daarvan berusten. Indien eene aangevraagde schadeloosstelling wordt geweigerd, worden de redenen der weigering bij te adviseeren dienstbrief
medegedeeld.
Artikel 61.
Wanneer na de vaststelling eener rente feiten of omstandigheden bekend worden, welke, indien zij daarvóór waren bekend geweest, van invloed zouden geweest zijn bij de vaststelling der rente, of wanneer de toestand, welke den maatstaf vormde voor het vaststellen, het toekennen of het weigeren van eene rente, verandering ondergaat, kan ambtshalve of op aanvrage herziening plaats hebben; op de herziening zijn dezelfde bepalingen van toepassing als op de oorspronkelijke vaststelling, toekenning en weigering. Artikel 62.
De uitbetaling der schadeloosstellingen geschiedt ten kantore der posterijen van de woonplaats van den schadeloosgestelde. De kosten van begrafenis, van vergoeding der genees- en heelkundige behandeling en de eerste renteuitkeering worden binnen zes dagen na de toekenning daarvan betaalbaar gesteld. De renteuitkeeringen worden betaalbaar gesteld op Dinsdag van elke week.
Artikel 63.
De
wijze van vaststelling, toekenning en uitbetaling der schadevoor zoover die niet bij de wet bepaald is, wordt geregeld bij algemeenen maatregel van bestuur.
loosstellingen,
Artikel 64.
De
renten, bij deze wet toegekend, zijn tot een beloop van eenvijftig gulden 'sjaars:
honderd zes en a.
onvervreemdbaar;
.
niet vatbaar voor verpanding of beleening
c.
niet vatbaar voor executoriaal of conservatoir beslag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's