Als gij in uw huis zit - pagina 69
57 noch op ingevingen, om zich al wachtende door lijdelijkheid Voor den held Gods drijft die roeping in den prikkel, aandrift tot handelen zelf, om eerst daarna, eerst van achteren in de dankbaar als een drijven Gods in de ziel erkend te worden. Waar krachtig geloof werkt, werkt die aandrift onmiddellijk, en alleen waar het geloof slap en zwak is, blijft die aandrift uit. Dan schuilt men, dan onttrekt men zich aan alles, dan laat men Gods water over Gods akker loopen. Maar zoo doet de Calvinist niet. Hij dijkt in. Hij werpt dijken tegen den vloed op en kist die dijken als de wateren zwellen. Waar geen land ter woning zou zijn, schept hij zich dat land door het in te polderen, en als het ingepolderd is, dankt hij God en geeft Gode en niet zichten
te 'ontzenuwen.
zich zelven de eere.
Alleen aan die heilige aandrift danken we in de historie der Geuzen de verwinning van ons volksbestaan. Zoolang die kloeke aandrift krachtig dreef, heeft de zake Gods in ons land gebloeid. En ook wat er in deze eeuw op den ouden vijand herwonnen is, dankt ons vaderland en in dat vaderland Gods volk bijna uitsluitend aan de Azaria's en Berechja's, die niet aarzelden maar doortastten, niet stilzaten maar moedig optraden. Reeds is die edeler geest weer over heele streken van ons land vaardig geworden, en heel een lijst kunt ge opmaken van allerlei groepen van mannen, die zich vereenigd hebben, en moedig voorwaarts traden, om in den naam des Heeren te staan tegen ongeloof en revolutie, en de propaganda van de ons heilige beginselen door te zetten. Toch scheelt het nog veel, dat de moed en de drijfkracht van een heilige overtuiging- allertuegen de harten zou vermeesterd hebben. In tal van dorpen speelt men nog de „gerusten in Zion." „Vrede, vrede," zoo zingt men het liedeke der traagheid, „vrede en geen gevaar!'' Men gaat op in zijn zaken, en trekt zich de breuke des vaderlands en den nood van de zake des Heeren niet aan. Alles wordt gewacht en gehoopt van de mannen die in het ambt zijn. Men laat het over aan wie aangewezen schijnen. Altoos anderen, nooit gij zelf. En nu, zoo die geest der lauwen en der loomen ook Azaria en zijn vrienden ontzenuwd had, het misdrijf zou zijn doorgegaan, en het booze
kwaad
in Israël niet zijn gestuit.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's