Als gij in uw huis zit - pagina 132
;
120 dan ten slotte zoover, dat men, onder zijn familie des lieven vredes wille, schaamteloos zijn Heiland verloochent en het eerste kan tot zoo onverschoonlijke hardheid leiden^ dat men ten slotte zelfs den band aan eigen moeder of kind voor niets rekent. Tegen deze beide zonden hebt ge daarom te vt^aken. De band der maagschap is door God gelegd, en daarom hebt gij dien band te eeren, zoolang en voor zooveel ge dit, zonder uw Heiland ook maar in iets te verloochenen, even kunt. Maar ook de band der maagschap is door God zelven die hem gelegd had, aan den geestelijken band die u aan Jezus hecht, volstrekt ondergeschikt gemaakt, en daarom zondigt ge tegen uw Heiland, als in den omgang met uw familie de familieband het winnen gaat van uw cordate liefde voor Hem. Dit
zijnde,
laatste gaat
om
Wat weg
ge
houding, die
uw
Van
drieërlei
spottend op
uw
zult
hebben
in
familie tegenover
aard
kan
die
geloof neerzien;
te slaan,
uw
hangt daarom af van de
geloof aanneemt.
houding zijn. Men kan laatdunkend, men kan het koel eerbiedigen of ook ;
men kan u
belangstellend benijden. Merkt ge nu dat uw geloof aan uw magen belangstelling inboezemt, dan is u de weg vanzelf aangewezen. Dan laat ge uw licht schijnen^ of ook zij ten slotte uw Vader die in de hemelen is, verheerlijken
mochten. Dan sluit ge u nauw bij hen aan, en poogt hun of hun kinderen een instrument ter behoudenis te worden. Staan ze daarentegen koel tegenover u, wel niet deelende in uw belijdenis, maar toch uw keuze voor Jezus eerbiedigend, dan wordt wel de heerlijke propaganda voor uw geloof onder uw maagschap moeilijk gemaakt, maar is er toch geen oorzaak tot breuke, en zal het meer de heilige kunst moeten zijn, om zonder te vrijpostigen aandrang, ongemerkt teweeg te brengen, dat wie in u is sterker blijkt dan die in hen is, en zal op gepasten tijd ook het gepaste woord van belijdenis niet ontbreken. Maar staat ge voor het derde geval, dat uw magen tegen uw overtuiging en uw belijdenis over gaan staan hun geest drijven tegen den geest van uw gezin in; u laatdunkend als achterlijke duislerlingen en dwepers beschouwen en zich zelfs soms in uw bijzijn, of in het bijzijn van uw kinderen uitdrukkingen veroorloven die voor uw vroom gevoel kwetsend en voor uw Heiland beleedigend zijn, dan moet ge aan den band der maagschap zijn recht betwisten, en zonder afstootend te zijn, toch scherp toezien, dat er geen invloed ten verderve van uw familie op uw kinderen en uw eigen hart uitga. ;
;
—
Bovenal pijnlijk wordt dit, als lief of leed in uw geslacht u des ondanks toch weer met de geestelijke tegenstanders onder uw magen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's