Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 104
98
De erkenning van den toegetreden werkgever als lid der Bedrijfsvereeniging wordt geacht niet te hebben plaats gehad, indien niet vóór den in het vorig lid bedoelden dag de door zijne toetreding noodzakelijk geworden verhooging van het bedrag der waarborgsom, ook al wordt beroep ingesteld, door de Bedrijfsvereeniging gestort is. Art. 94.
Het volgens art. 67 (nieuw) aan de Bedrijfsvereeniging toegekende recht wordt door Ons, onder bepaling van dag en nur, ingetrokken :
indien het bestuur der Rijksverzekeringsbank, na ontvangst van de vierde der in art. 88 bedoelde opgaven, of na ontvangst van eene kennisgeving van uittreding of van vervallenverklaring van het lidmaatschap als bedoeld in art. 93, aan Onzen Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid kennis geeft, dat de Bedrijfsvereeniging niet meer voldoet aan de in het eerste lid van art. 66 (nieuw) gestelde voorwaarden, en het bestuur der Bedrijfsvereeniging, op deze kennisgeving door Onzen genoemden Minister gehoord, niet te zijnen genoegen heeft aangetoond, dat het niet meer voldoen aan de bedoelde voorwaarden van voorbijgaanden lo.
aard
is;
indien liet Ons ten gevolge van het niet naleven door eene Bedrijfsvereeniging van de Wet of van hare Statuten in het belang van den Staat, van de niet bij haar aangesloten werkgevers, of van de werklieden, bij hare leden werkzaam, noodzakelijk 2».
voorkomt 3. binnen vier weken nadat door de Bedrijfsvereeniging het verzoek daartoe bij Onzen Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid is ingediend.
Ons besluit is met redenen omkleed, en wordt door Onzen voornoemden Minister, binnen drie dagen na de dagteekening, ter kennisse gebracht van het bestuur der Rijksverzekeringsbank, van het bestuur der Bedrijfsvereeniging, en van de werkgevers, die leden der Vereeniging zijn of ook in de daaraan voorafgaande twee en vijftig weken als lid tot haar behoord hadden. Een werkgever, die behoorde tot eene Bedrijfsvereeniging op den dag, waarop aan deze, ingevolge het bepaalde sub 2» van het eerste lid, het recht, haar volgens art. 67 (nieuw), eerste lid, verleend, wordt ontnomen, kan in de eerste tien jaren daaraanvol-
gende geen lid eener Bedrijfsvereeniging worden, tenzij hij ten genoegen van Onzen voornoemden Minister kunne aantoouen, dat hij, wat hemzelven betreft, stiptelijk al zijne verplichtingen, uit de Wet en uit de Statuten der Bedrijfsvereeniging, waartoe hij behoorde, voortvloeiende, was nagekomen. Art. 95.
De Bedrijfsvereeniging eindigt, hetzij door Onze intrekking, of het van rechtswege vervallen, van het haar overeenkomstig art. 67 (nieuw), eerste lid, verleende recht, hetzij des nachts ten twaalf uur na het uitspreken van het vonnis, waarbij zij in staat van faillissement is verklaard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's