Als gij in uw huis zit - pagina 160
:
148 het loerlc dat een ieder verrichten moet, en goed acht houdt de meubelen en ook op de middelen die haar echtgenoot haar toevertrouwt." Die uitlegging was schoon en rijk, en maakte tevens begrijpelijk, waarom er bij staat: „ew het brood der luiheid eet ze nief\ Dat doet wel een vrouw die zich op het glimmen van haar gangen verhoovaardigt, en voorts de huiselijke zaken loopen laat. Maar dat doet niet de vrouw, die letterlijk van 's morgens vroeg tot 's avonds laat bezig is, om heel de beweging van het leven in haar huis te bespieden en te leiden, en den gang, of wilt ge de gangen van dat leven tot in de kleinste bijzonderheden kent.
over
op
nog dit aan toe: „Een haar stoel zitten, om als van den huislijken troon uit haar orders en instructies te geven, maar ze beschouwt met eigen oog de gangen van haar huis, d. w. z. ze is zelve overal bij, en regeert haar huis niet als een officier door orders, maar veel nieer gelijk het een zorgende moeder betaamt, door haar persoon". Dat beduidt natuurlijk niet, dat ze dus geen regel en geen vaste
Een vroom en kundig
goede
huisvrouw
blijft
uitlegger voegde hier
niet
op
want waar die ontbreken, mist het leven gang. en komt het huislijk leven niet vooruit. Dat ziet ge wel in die verwaarloosde huisgezinnen, waar men altijd slooft en nooit gereed komt, en waar eindelooze verwarring eer den indruk maakt alsof men rusteloos aan het verhuizen was, in stee van rustig
instructie
Daar
aangeeft,
tobt en sukkelt het,
in zijn huis te
wonen.
het leven in huis moet vasten gang hebben er in blijven doordat de vrouw des huizes er en die gestadig het oog op heeft en er bij is. Eerst dan ook kunt ge zeggen „Zij beschouwt de gangen van haar huis." Èn als ge dit dan slaan laat op al wat de Kantteekening opsomt, en in de orde waarin zij het opsomt, waarlijk, dan behoeft ge niet
Beide
te rijst
moeten er gang moet
zijn,
zulk een vrouw het brood der luiheid zal da dan de vraag, hoe houdt die teedere vrouw het uit ?
vreezen,
eten.
Eer
Let er nu op, dat de orde waarin de Kantteekenaar haar bezigheden opsomt, niet is Eerst de kamers, de meubelen, en het geld, en dan de dienstboden en de kinderen, maar omgekeerd: eerst de kinderen, dan de dienstboden, en eerst daarna meubelen, geld en kamers. De kinderen gaan voor. Zij zijn de levende have. De van God u toevertrouwde panden. De gedoopten in zijn heihgen Naam. En een vrouw des huizes, die de kinderen aan een kindermeid, aan een „bonne" of gouvernante overlaat, om zelve vrijer te kunnen uitgaan, beter :
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's