Als gij in uw huis zit - pagina 179
XXXV.
pe
gangen van haar
huis.
(verzorgen van het huis.)
Zij beschouwt de gangen het brood der luiheid eet zij
van haar huis; en niet.
Spreuk. 31
Van een goede huisvrouw roemt de Spreukendichter,
:
27.
dat ze niet
brood der luiheid eet, want dat ze steeds het oog heeft op de gangen van haar huis.'' Nu is er een tijd geweest, dat menige huismoeder, vooral in de hoofdstad, hierbij dacht aan de marmeren gangen van boven- en benedenhuis, en als men dan wist, dat dit smetteloos plaveisel onberispelijk glom, en „mevrouw" had het „nagekeken", dan gaf de lezing van Spreuken 31 27 de stille zelfvoldoening: „Zulk een vrouw die de gangen van haar huis beschouwt, ben ook ik." Dit kwam voor, en veel voor zelfs, in die dagen van versteende vroomheid, toen zoo menige vrouw des huizes in toorn ontstak bij het minste vlekje op het geschuurde marmer, maar om de gedoopte dienstbode, die dat marmer schuren moest, zich niet bekommerde. Het waren die booze dagen, toen de Kantteekeningen op onzen Statenbijbel ophielden gelezen te worden, en men ganschelijk deze schoone uitlegging onzer vaderen vergeten was: „Onder de gangen van het huis is hier te verstaan, geheel de gang van het huiselijk leven, zoodat de vrouw opzicht houdt over haar kinderen, over haar dienstvolk, over het werk dat een ieder verrichten moet, en goed acht houdt op de meubelen en ook op de middelen die haar echtgenoot haar flhet
:
toevertrouwt."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's