Als gij in uw huis zit - pagina 242
230 Tot zelfs het reinste wat op aarde gekend wordt, de liefde tusschen en vrouw, en de heilige eere des huwelijks eindigt dan ook met onder dat Wee u! te komen. Men kiest een vrouw, niet omdat men haar persoon, haar ziel, haar waarlijk wezen, maar omdat men haar geld, en het huis, en den akker dien ze aanbrengt, liefheeft.
man
En zeg nu niet, dat zulks wel voorkomt onder de hoogere standen, maar dat zulk een belustheid op geld en goed, zulk een van God gevloekte hartstocht naar bezitsmacht, ten koste van anderen, onder bij de lagere klasse niet voor-
gewone burgers en boeren, en met name komt.
Immers de
weerspreken dit bew^eren. Gods kinderen in de lagere klasse een hoogst achtbare groep, die metterdaad sober leeft, nijverlijk arbeidt, redelijk verdient, en van deze redelijke verdiensten niets oplegt, maar, althans vergelijkender wijze, geeft en uitdeelt met milde hand, en in dat uitdeelen meer dan in oppotten lust heeft.
Want wel
Maar de
En wie
feiten
is
er onder
volksgeest
is
dat niet.
oor te luisteren legt bij onze jonge mannen als ze over hun toekomst spreken, en bij onze kooplieden als ze na den arbeid hun geest vrij uitlaten, en bij onze landbouwers als ze plannen voor de toekomst maken, en bij onze burgerij als ze haar fuiken in het vischwater uitzet, merkt, helaas, maar al te zeker en te gedurig, hoe ook in het bloed van het Nederlandsche volk de koorts der geld- en hebzucht thans maar al te hevig, zeg vrij, cd heviger, klopt. Zoo ergens dan wijst de koortsthermometer op dit punt hoogstbezijn
denkelijke cijfers aan.
Men zint op geld, men droomt van geld, men jaagt naar geld. En in meer dan één kring, en in meer dan één huis, is het reeds zoover gekomen, dat niet de man het geld heeft, maar het geld den man.
Dit nu is daarom zoo uiterst gevaarlijk, omdat de grens tusschen het plichtmatige en het geoorloofde eenerzijds, en het zondige en van God gevloekte anderzijds niet zoo scherp uitkomt.
Mag
ik
antwoord
dan
mijn zaken niet bij de pinken wezen? En het verwaarloozen zou u schuldig stellen. Ge moet en scherp toezien, in de roeping waarin God u gesteld
luidt:
volijverig zijn,
in
Ze
te
heeft.
En ook vraagt men: Mag ik dan geen geld verdienen en sparen voor vrouw en kind? En nogmaals luidt het antwoord: Wie enkel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's