Amendement-Kuyper op de Ongevallenwet - pagina 51
45
Rijksbank ook voor alle ondernemingen iti deze kleinere bedrijven een gevarenklasse met gevarenpercentage, en op grond hiervan de premie tot op een cent moeten bepalen en dat niet naar willekeur, maar op grond van technische berekening. Doch hiermede is het dan ook uitgemaakt, dat de onttrekking aan de Bank van het technisch volle aantal verzekerden bij een bepaald bedrijf, geen beletsel tegen de bepaling van de premie oplevert, en dat de premie hiervan niet afhankelijk wordt gesteld. Moest toch de premie klimmen, naar gelang het aantal verzekerden bij een bepaald bedrijf afnam, tot welk ongekend bedrag zou dit dan de premie niet doen stijgen voor onze schoorsteenvegers, tabakskervers enz.? Gevaar voor de Bank zou alzoo dan eerst ontstaan, zoo het totaal aantal verzekerden hij de ondersclieidenc bedrijven saam genomen, beneden zeker minimum daalde. Juist zooals ook de particuliere maatschappij niet opziet tegen het behooren van de bij haar verzekerden tot zeer onderscheidene bedrijven, maar in het gedrang komt door het dalen van het gezamenlij'k aantal polissen. En dit gevaar nu is voor de Rijksbank, hoevele Bedrijfsvereenigingen zich ook vormen mochten, geheel denkbeeldig. Slechts ten overvloede heeft ondergeteekende daarom den wenk der Regeering gevolgd, om soortgelijke bepaling als in § 58 der Oostenrijksche wet, en hij voegt er bij, mutatis mutandis^ ook in art. 12, sub 2, van de Duitsche wet, voorkomt, in zijn voorstel op te nemen. Doch hiermede vervalt dit bezwaar dan ook geheel. Toch komt in het Verslag van het Kameronderzoek nog eene aan de bestreden bedenking verwante opmerking voor, die het gevoegelijkst in deze zelfde paragraaf hare bespreking vindt. Uitgaande van de overweging, dat de te betalen premiën ook strekken „tot dekking van toekomstige ongevallen", werd namelijk de vraag gedaan (bladz. 5), of werkgevers, die uit eene bedrijfsvereeniging, door wat oorzaak dan ook, uitvielen, en daardoor eo ijjso rechtstreeks onder de Rijksbank kwamen, en zulks zonder dusver voor toekomstige ongevallen iets aan de Bank te hebben bijgedragen, niet eigenlyk aan de Bank, of wat op hetzelfde neerkomt, aan de overige werkgevers te kort deden. Deze bedenking, die voor de hand ligt, heeft ook ondergeteekende, eer hij zijn voorstel indiende, opgehouden, maar nader onderzoek heeft hem tot de overtuiging gebracht, dat ze voor de natuur van het verzekeringswezen wegviel. Al aanstonds blijkt dit uit het feit, dat het ontwerp aan de bij de oprichting der Bank eerst zich aanmeldende werkgevers geen eisch van extra premiebetaling stelt, hoewel toch ook zij aanstonds voor alle van dat oogenblik af aan hunne werklieden overkomende ongevallen verzekerd zijn. Sterker nog uit het :
24 slechts
26
slechts 3112, n. 27 slechts 2469, 30 slechts 2256, n. 39 slechts 286, n. 40 slechts 1540, n. 42 slechts 184, n. 43 slechts 92, n. 44 slechts 1951, n. 45 slechts 2247, n. 46 slechts 243, u. 47 slechts 92, n. 48 slechts 209, n. 51 en 52 samen slechts 2152, n. 54 slechts 874, n. 57 slechts 4912 en n. 58 slechts 2826. Cijfers die, over meer dan de helft der lijst zich uitstrekkende, niet één bedrijf aanwijzen, waarbij op 10 000 of ook maar op 5000 verzekerden te rekenen valt, en, op één enkele na, slechts even boven de 2000 uitgaande. En toch wordt voor alle deze bedrijven genoegzaam zekere premieberekening als mogelijk ondersteld. slechts
1360,
n.
640,
n.
n. 28 slechts 160, n. 29 slechts 308, n.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 114 Pagina's