Als gij in uw huis zit - pagina 191
179 is maar toch hoort de lach voor ons besef, uitsluitend tot ons leven in de wereld, en is hij van ons leven in het heiligdom uitgesloten.
niet elk lachen als zondig te veroordeelen
En
ten deele
is
dit
;
besef zeker juist. nog slechts in beginsel herstelde natuur, neigen
In onze gebroken, en
er ongemerkt toe, om met ons lachen ons te ontspannen, ons van den diepen ernst des levens los te maken, en ons meer in het ijdele en onbeduidende te verliezen. Kondt ge al den lach van één enkel dorp in één enkel etmaal in een phonograaf opvangen, en daarna onderzoeken, waaruit al die lach opkwam, in wat stemming hij bracht, en wat hij uitwerkte, dan kwaamt ge tot geen ander resultaat, dan dat in negen van de tien gevallen alle hoogere zin aan den volkslach ontbreekt. Er is, ja, ook de lach van innig zielsgenot, waarmee de jonge moeder het kindeke aan haar borst aanziet. Er is de lach van den arme, als er brood voor zijn honger komt. Er is de lach der vreugde, van wie in trouw en liefde, voor Gods aangezichte, zich als man en vrouw aan elkaar verbinden.
we
Maar dat zijn uitzonderingen. En verreweg het meeste lachen,
is
het lachen uit pret en dwaasheid,
of ook het lachen van den spot.
Waar dan nog bij komt, die algemeen lachende toon, die in sommigen verkeer al den omgang beheerscht, als meest mislukte geestigheid zich inspant en uitput, om altoos aardig, altoos gezellig te wezen, en van den kwinkslag de pasmunt te maken in ons leven. Toch vergist zich, wie uit dezen hoofde waant, dat de lach een uitvinding van den Booze is. Staan lach en traan tegenover elkander, dan moet veeleer beleden, dat de lach tot het wezen van den mensch hoort, en de traan niet.
Wie weent
heeft smart, en smart
menschen noch
in
is
ellende, en geen ellende zou
gansch Gods schepping
zijn, als
eronder
de zonde niet ware
ingekomen. In niet
het Paradijs, eer de zonde in
Adams
weenende denken, wel lachende van
hart sloop, leunt ge u heilige vreugde.
En
hem
als in
het Paradijs, dat komt, eens alle zonde zal zijn te niet gedaan, dan komt tevens de ure, waarin alle traan van aller aangezicht zal zijn afgewischt.
traan was er dus niet, en zal er eens niet meer zijn maar hoort den zondigen toestand, die het Paradijs dat onderging scheidt van het Paradijs dat we uit de hemelen verwachten. Van God den Heere staat nergens dat Hij weent, ook van de engelen lezen we wel dat ze juichen, niet dat ze treuren. Dichters mogen dat zoo hebben voorgesteld, maar Gods Woord
De
bij
leert het niet.
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's