Als gij in uw huis zit - pagina 154
142
Ook
in
den
zin
voor
de kliekjes kan de geest der schraapzucht
schuilen.
Een huismoeder die nu al wat heden overschiet zorgvuldig vergadert, om het morgen opgestoofd haar huis voor te zetten, doet hierin recht, zoo ze anders niet kan rondkomen, of ook zoo ze het hierdoor uitgespaarde geld voor de zake Gods of voor den arme beschikt. Maar als de nood niet nijpt, of wat ze overhoudt van het huishoudgeld niet aan den arme gaat, dan komt wat overschiet aan den arme zooals in de dagen onzer vaderen ieder gegoed huis, waarin geregeld overschoot, een gezin had, dat de overgeschoten brokken weghaalde, en dan liet men wel eens iets meer overschieten, om aan zulk een gezin wel te doen. Ook voor de vogelen des hemels zorgde men oudtijds, althans in den winter. Niet uit ziekelijke dierenliefde, maar omdat die vogelen dieren van God waren, die van Godswege voor ons fladderden en zongen, en geen gebrek mochten lijden, als er bij ons overvloed was. Aldus moet de huismoeder haar huis bezorgen, omdat God er haar over gesteld heeft, en ook tot haar het bevel richtte: Vergader de overgeschoten brokken, opdat er niets verloren ga. Alle spijs die in huis beschimmelt of bederft, roept tegen de huismoeder, haar aanklagende bij God.
toe,
geldt dit woord van den Christus niet enkel spijs en drank. evenzoo op de kleederen, op het huisraad, op de sieradiën, op de verloren gaande brokskens van uw tijd, en niet minder op wat er overschiet van uw geld. Niets is uiu eigendom, het is alles van uw God, die het u ten gebruike afstaat, en u aansprakelijk stelt voor wat ge er mede doet. Wat de Christus zegt: „Vergadert de brokken, opdat er niets verloren ga", is het zuiver Christelijk en daarom Calvinistisch beginsel, dat tegen de spaarwoede der wereld overslaat. Sparen is het wachtwoord onzer eeuw, om u schatten op aarde te vergaderen, om u bezitter te maken, om uw zin op verwerving van geld te richten. Alles buiten God omgaande, met God niet rekenende, op zelfzucht gericht, en uitloopende op zin voor het stoffelijke, aankweekende den doodelijken geest eerst van den kruidenier, en dan van den rentenier, d. i. den geest die het geld aan den man, en daarna den man onder het geld brengt. Spaarzaam nu is Gods kind ook, maar uit hoeveel hoogere aandrift niet! Niet om zichzelf in het goud te zetten, maar om God ook in zijn gaven te eeren, van die gaven Gods ook den arme wel te doen, en alle goed ons toevertrouwd, in 's Heeren dienst en Hem ter eere te
Toch
Het
ziet
besteden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Abraham Kuyper Collection | 304 Pagina's