Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De engelen Gods - pagina 265

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De engelen Gods - pagina 265

2 minuten leestijd

DÉ kOKPIXCi

den toon inzet, en en

o*root

de koren

al

en

lofverheffing-

261

der hemelen uitbreken in aanbidding

heiligen

in

EXGELBN.

DEli

onzen

voor

jubel

God, die alleen

is.

daarom

Juist

moet elk denkbeeld alsof de klank en het onzen dampkring gebonden ware, losgelaten. Zeker, wij

aan

geluid

kennen

echter

geluid

het

Maar ge stemt

anders dan in dit verband.

niet

toch toe, dat in de tonenwereld een veel edeler en hooger schepping

de luchtgolving van onzen aardschen dampkring,

schuilt

dan

en

Hij die die tonenwereld schiep, ze slechts voor ons, op onze

dat

alleen

dampkring gebonden heeft. nu de dampHoe kring is, zich openbaren zal, weten we niet. Maar dit weten we, dat we, ook zonder dampkring, opwaken zullen in ons verheerlijkt lichaam, en dat we in dien staat der heerlijkheid roemen en jubelen zullen, niet enkel iuAveudig, maar ook met een losgemaakte tong,

aarde, en alleen aan dit bestaan, aan dien

in het rijk der heerlijkheid datgene wat voor ons

eeuwiglijk

En

de

oflerende

onzer lippen."

»varren

Er

icoorden.

onuitspi'ekelijke

Paulus spreekt van

sprake van een bazuin die weerklinkt.

is

zoo ook in de Openbaringen van stemmen die Johannes opvangt.

Maar meer weten Avijze

wij

er

Juist echter

van.

niet

omdat we van de

in het rijk der heerlijkheid open-

waarop de toneuAvereld zich

weten, zijn we ook buiten staat iets te zeggen waarop die tonenwereld nu reeds voor Gods troon werkt, en nog veel minder over de ordinantiën Gods voor de tonenAvereld in sferen, waar geen dampkring door Hem bereid is. Toch moet het schoon uit de tonenwereld der engelen ook voor den mensch

baren

zoo

zal

omtrent

de

niets

Avijze,

waarneembaar en

genietbaar

moet

en

zijn,

er alzoo tusschen

de onze verwantschap en overeenkomst bestaan.

tonenwereld

en

tonenwereld

der

moge

dieren

er

berekehd

op

niet

zijn,

om

hun

De onze

menschelijke zielsbewegingen te vertolken, of op die zielsbewegingen anders dan zeer in het algemeen door de welluidendheid in te werken;

maar ook

al

doeningen

uit

vatbaarheid

dat

het,

is

de

om hun zang

deun dien de mensch hun en

ons in den wortel één

en

de engelen.

is

genomen

uit

zang

en

lied

is.

zooveel

En

hoort

verschillen

nooit

in

nader

dan

en

al

van zijn

hun

toch

toont

onze

luisteren naar een

wereld der tonen voor hen

zoo nu ook staat het tusschen ons bij

Jnm leven,

Dat

hun gewaarwordingen.

kunnen gevoeld en genoten ons

genieten,

te

worden,

vertolkt

voorfluit, dat de

Hun zang

gewaarwordingen

zang der dieren uitsluitend aan-

den

in

dierenwereld

de

hun existentie, en

leven, die existentiCj die

onze, en zoo zal dus ook

diepte

Avorden.

bij

anders

Maar

dan

hun

door een engel

juist overmits de engelen

de nachtegaal en de leeuAverik staan, en ze,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's

De engelen Gods - pagina 265

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 300 Pagina's