Het Calvinisme - pagina 91
HET CALVINISME EN DE STAATKUNDE
87
Als derde of laatste deel van deze lezing rest ons de bespreking van het nog neteliger vraagstuk, hoe in den Staat te oordeelen zij over de souvereiniteit der Kerk. Netelig noem ik dit vraagstuk, niet omdat ik over de conclusie aarzel, of ook ten opzichte van deze conclusie aan uwe instemming twijfel. Wat over vrijheid van eeredienst en juxtapositie van kerk en staat, eerst in uwe Constitutie en straks in uwe Confessiën gewijzigd is, heft alle verklaard, onzekerheid dienaangaande op. En wat mij persoonlijk aangaat, reeds voor meer dan het vierde eener eeuw schreef ik boven mijn blad de leus: is
die
leuze
„De vrije kerk in den vrijen Staat"; in harden strijd door mij hoog gehouden en ook in ónze Confessie ;
desbetreffend artikel te
het
worden
herzien. Het netelige van den brandstapel van Servet. In het optreden van de Presbyterianen tegen de Independenten. In de beperking van vrijen eeredienst en in de „civil disabilities", zelfs in Nederland eeuwenlang toegepast op de Roomschen. Het netelige ligt in het artikel onzer Belijdenis dat aan de Overheid de taak oplegt, „om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valschen godsdienst." Het netelige iigt in de eenparige en eenstemmige betoogen van Calvijn en zijn epigonen, die juist de tusschenkomst der Overheid in de zake der Religie vorderen. En nóg sterker spreekt dit netelige in het niet te loochenen feit, dat het niet zelden Baptisten en Remonstranten waren, die voor nu drie eeuwen, dit stelsel der vrije staat dit
vraagstuk
ligt elders.
In
kerk tegen het Calvinisme verdedigd hebben. Voor de hand ligt dan ook de beschuldiging dat we met voor vrijheid van religie te kiezen niet den handschoen voor het Calvinisme opnemen, maar lijnrecht tegen het Calvinisme ingaan.
Ter afwering nu van dit onverkwikkelijk vermoeden, plaats ik den op den voorgrond, dat het bijzondere karakter van een stelsel niet gekend wordt uit wat het met andere voorafgaande stelsels gemeen heeft, maar zich teekent in datgene waarin het van die regel
voorafgaande valschen
stelsels verschilt.
godsdienst
en
De
afgoderij
roeping der Overheid
om
allen
van den Groote, en was de terugslag op de afschuwelijke vervolgingen, door zijn heidensche voorgangers op den keizerlijken troon aangewend tegen de sekte van den Nazarener. Sinds was dat stelsel door alle Roomsche theologen bepleit en door alle Christenuit
te
roeien,
dagteekent
Constantijn
vorsten toegepast. Dat in dat stelsel de waarheid school
dagen van Luther en
Calvijn
was in de de algemeen gangbare overtuiging.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's