Het Calvinisme - pagina 186
HET CALVINISME EN DE TOEKOMST
182
oogwenk op
zij. Toch ware dit niets, zoo de Christenheid in de de nieuwe wereld om het Kruis vereenigd stond en, jubelend voor haar Koning en Heiland, als in de dagen der kruistochten, den laatsten wereldkamp tegenging. Maar wat, zoo de Heidensche gedachte, het Heidensche streven, het Heidensche ideaal ook onder ons veld wint en het opkomend geslacht tot in nier en ingewand aantast? Nu reeds heeft men, omdat het Christelijk eenheidsbesef zoo schreiend verzwakt was, laf en laaghartig de Armeniërs
oude en
in
den Turk verpletterd; en Gladstone, die, als Christenstaatsman, Calvinist in merg en been was, en die den moed bezat den Sultan als den „Great assassin" te brandmerken, is van ons gegaan. En daarom er moet op radicale beslistheid worden aangedrongen, met halfheden komen we niet verder, en de oppervlakkigheid staalt ons niet. Beginsel moet weer tegenover beginsel, wereldbeschouwing tegenover wereldbeschouwing, geest tegenover geest getuigen, en zegge het dan wie het beter weet, maar dan ken ik geen vaster en geen hechter bolwerk dan laten
het
uitmoorden;
nog
En
is
de
Griek
door
altoos onverwinlijk Calvinisme.
vraagt
genoeg ben
ge
mij
dan,
half
spottend, of ik dan waarlijk naief
om
van zekere Calvinistische studiën een keer in der Christenen wereldbeschouwing te verwachten, ziehier dan mijn antwoord De verwekking ten leven komt niet van menschen, ze is Gods privilegie, en van zijn vrijmacht alleen komt het, zoo de stroom van het religieuse leven de eene eeuw hoog zijn wateren verheft, om in een andere eeuw bijna droog te loopen en te verzanden. Ook in de zedelijke wereld is het de eene maal lente dat het alles uitbot en van leven ritselt, en de andere maal een winter:
koude, dat
En
alle religieus
leven
verstijft
en versteent.
ook de periode die wij thans doorleven, is religieus zeer laag gestemd en mist den heroïschen gloed. Zoo God zijn Geest niet uitzendt, komt er geen kentering, en gaat de afloop der wateren angstig snel door. Maar ook gij kent de Aeolusharp, die men in het vensterkozijn legt opdat de wind er zijn hemelsche accoorden op spele. Zoolang nu de wind uitblijft, geeft ook die harp geen toon; maar, ook al komt de wind, zoo de harp niet gereed ligt, moogt ge een blazen en suizen van den wind beluisteren, maar komt er geen atmosferische muziek. Laat dan het Calvinisme niets dan zulk een Aeolusharp zijn, welnu, dan zegt dit alleen, dat ook het Calvinisme zonder den Geest des nu, er
is
geen
twijfel of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's