Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Het Calvinisme - pagina 56

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Calvinisme - pagina 56

2 minuten leestijd

HET CALVINISME EN DE RELIGIE

52

beden. Daarboven

is

Christus als de eenige Hoogepriester

die

het

altaar in het heiligdom bedient. In de Middeleeuwen nu had de kerk dit haar hemelsch geestelijk wezen steeds meer uit het oog verloren. Ze was in haar wezen wereldsch geworden. Het heiligdom was weer op aarde, het altaar' weer van steen geworden, een priesterlijke hiërarchie had zich voor

de bediening van dat altaar gevormd, en toen moest ze wel een offerande op aarde begeeren, en vond die in het onbloedige offer van de Mis. En daartegen nu is het Calvinisme in verzet gekomen, niet om het priesterschap en het altaar en het offer in beginsel en wie te bestrijden, want het priesterschap is onvergankelijk, zonde kent, kan niet buiten het offer der verzoening, maar om al deze wereldsche kramerij weg te rapen, en de geloovigen op te roepen, dat ze hun oogen mochten opheffen naar boven, naar het wezenlijke

tegen

het

heiligdom,

sacerdotium,

waar Christus het outer bedient. Niet maar tegen het sacerdotalisme ging de

en principieel is die strijd alleen door Calvijn ten einde toe volstreden. Lutherschen en Episcopalen behielden op aarde het altaar, strijd,

alleen het Calvinisme dorst het aan, het geheel te

En zoo zelfs

doen verdwijnen.

de Episcopalen hield het aardsche priesterschap, hiërarchisch, stand, in Luthersche landen werd de landvorst ook,

bij

Opperste Bisschop, en behield men geestelijk standsverschil, maar Calvinisme proclameerde de absolute gelijkheid van al wie in den dienst der kerk optrad, en weigerde aan haar voorgangers een ander karakter toe te kennen, dan de qualiteit van Dienaren. Wat

het

onder de Oud-Testamentische bedeeling der schaduwen profetisch aanschouwelijk onderwijs bood, stond, nu de vervulling gekomen was, aan de glorie van den Christus in den weg, en vernederde het hemelsche wezen der kerk. En daarom kon het Calvinisme niet rusten, eer dit aardsche klatergoud ophield het

oog

te boeien. Eerst

door uitbanning van de laatste korrel van kon de kerk op aarde weer de Voorhof worden, van waar de geloovigen opzagen en uitzagen naar het heiligdom bij God. De Westminster-Confession drukt dit hemelsche, heel ons geslacht omvangende, wezen der kerk zoo schoon uit, als ze zegt: het

sacerdotalistisch

zuurdeeg,

„De kerk ooit

het

onzichtbare

lichaam van

alle

verkorenen, die er

zijn, zijn, of immer zijn zullen, onder Christus als Hoofd verzameld, en vormende alzoo het lichaam van die zelf alles in allen vervult." Eerst zoo was het dogma van

geweest

onder een

Hem

is

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's

Het Calvinisme - pagina 56

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Abraham Kuyper Collection | 192 Pagina's